De wielrenner als gladiator

Waarom wielrenners de moderne gladiatoren zijn

Praat mee!

Getty Images

Getty Images

Barcelona, 4 juli. Een putdeksel legt in de openingsploegentijdrit renners van XDS Astana en Groupama-FDJ tegen het asfalt. Het publiek houdt de adem in, de camera zoomt in, en thuis op de bank kijken wij gewoon door. Tweeduizend jaar geleden klonk in het Colosseum precies hetzelfde geluid. Toeval? Nou, nee.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Brood en spelen, maar dan met een reclamekaravaan

De Romeinse dichter Juvenalis muntte er een term voor die nooit meer is weggegaan: panem et circenses, brood en spelen. Geef het volk graan en spektakel, en het houdt zich koest. De Tour de France doet exact hetzelfde. Gratis toegang langs de weg, en het brood wordt tegenwoordig door de reclamekaravaan naar je hoofd gegooid in de vorm van petjes, sleutelhangers en worstjes.

Ook de financiering komt bekend voor. In Rome betaalde een editor, een rijke organisator, de spelen uit eigen zak. Niet uit liefde voor de sport, maar voor politiek aanzien. Vandaag heet zo iemand een titelsponsor.

Gerst toen, gels nu

Denk je gladiator, dan denk je biefstuk. Fout. Botonderzoek uit Ephesus, een gladiatorenbegraafplaats uit de tweede en derde eeuw na Christus, laat zien dat gladiatoren vooral plantaardig aten: gerst, bonen, granen. Hun bijnaam was hordearii, gerstvreters. Na de training dronken ze volgens de Romeinse schrijver Plinius een drankje van plantenas, vermoedelijk als calcium- en mineralensupplement. De hersteldrank bestond dus al voordat er een marketingafdeling omheen zat.

En de ploegarts? Ook een Romeinse uitvinding. Galenus, de beroemdste arts van de oudheid, begon zijn carrière als wondarts van de gladiatorenschool in Pergamon. De sportgeneeskunde is letterlijk in de arena geboren. Het grootste verschil zit in de dosering: een prof werkt tegenwoordig tot 120 gram koolhydraten per uur naar binnen, en er komt gelukkig geen as meer aan te pas.

Helden met fanclubs

Gladiatoren waren geen anonieme vechtmachines. Op muren in Pompeï staat gekrast dat gladiator Celadus de meisjes deed zuchten. Er waren olielampjes en souvenirs met hun beeltenis. Klinkt als de rij handtekeningenjagers bij de teambus, of de Pogacar-shirts op Alpe d'Huez.

Zelfs het pensioen lijkt op elkaar. Een gladiator die lang genoeg overleefde en indruk maakte, kon de rudis krijgen, een houten zwaard als symbool van zijn vrijheid. Een renner krijgt een afscheidscriterium en een baan als ploegleider. Daarna mogen ze allebei eindeloos verhalen vertellen over vroeger.

En ja, wij kijken ook voor de valpartijen

Wees eerlijk. Je kijkt voor de aanvallen van de favorieten, maar als de samenvatting een massale valpartij bevat, kijk je die ook. Het publiek is bovendien zelf onderdeel van het gevaar geworden: in 2021 legde één toeschouwer met een kartonnen bord tientallen renners tegen de grond. Misschien zeggen de woorden "Allez Opi, Omi" je nog iets.

In de arena besliste het publiek mee over leven en dood. Hoe dat precies ging, met het beroemde duimgebaar, is onder historici overigens omstreden. Dat beeld kennen we vooral uit een negentiende-eeuws schilderij, niet uit betrouwbare Romeinse bronnen.

Maar het gevaar zelf is geen metafoor. Gino Mäder overleed in 2023 na een val in de Ronde van Zwitserland, de pas achttienjarige Muriel Furrer in 2024 na een val op het WK in Zürich. En in deze Tour was Clément Berthet na dag één al de eerste opgave, met een hersenschudding door die putdeksel in Barcelona. Met initiatieven als SafeR probeert de sport de arena veiliger te maken. Net als in Rome blijkt dat lastig zolang het spektakel het verdienmodel is. En dan hebben we het nog niet eens over de hitte gehad, die de organisatie dit jaar al dwong om een etappe in te korten.

Waar de vergelijking mank gaat

Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat er één groot verschil is. Gladiatoren waren meestal slaven, krijgsgevangenen of veroordeelden. Er waren ook vrijwilligers die tekenden voor roem en geld, maar de meesten hadden weinig te kiezen. Een renner zet zijn handtekening zelf. Al voelt dat voor een knecht in dienstjaar acht misschien anders.

Ook over de sterfte in de arena past nuance. Hoe dodelijk een gevecht precies was, weten we niet zeker; schattingen van historici lopen flink uiteen. Zeker is wel dat lang niet elk duel eindigde in de dood, simpelweg omdat een goede gladiator een peperdure investering was. Kapitaalvernietiging, daar hielden de Romeinen ook al niet van.

De eretribune, dat ben jij

De arena is asfalt geworden, het zand een grindstrook in de Alpen. Maar het mechanisme is onveranderd: wij willen mensen zien lijden voor onze ontspanning, het liefst heldhaftig en met een goede afloop. Ikzelf heb ooit gratis en voor niks het Franse asfalt geproefd, dus geloof me: de arena is echt.

Sta je deze weken dus langs de weg met een biertje in je hand en roep je allez allez naar een renner die diep in het rood zit? Dan ben jij het Romeinse publiek. Duim omhoog graag.

Video