Waarom zijn wielrenners bang voor de sportschool?
Getty Images

Wel 3 uur fietsen in de regen, maar 3x1 minuut planken? Ho maar. Zet een wielrenner op een natte zaterdag in maart op de fiets en hij rijdt drie uur in de stromende regen, met natte handschoenen die niet meer warm worden en een jas die allang heeft opgegeven. Geen klacht. Sterker nog: hij post er trots een foto van op Strava, liefst met de hashtag "type 2 fun" erbij.
Vraag diezelfde renner om twintig minuten naar de sportschool te gaan voor wat plankvariaties en eenbenige squats, en je ziet iemand die plots heel veel andere dingen te doen heeft.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
De paradox
Het is een van de grootste tegenstrijdigheden in onze sport. Wielrenners zoeken het lijden actief op. Bergen, kasseien, kou, hitte, het maakt niet uit. Maar zet ze in een ruimte met spiegels en halterbankjes en de motivatie verdampt sneller dan een plas water op een stuk asfalt in juli. Waarom is dat zo hardnekkig?
Het is niet "echt" trainen
Voor veel renners telt alleen wat er op de fietscomputer staat. Kilometers, hoogtemeters, watts. Krachttraining levert geen Strava segment op, geen rit die je achteraf kunt analyseren tot op de seconde. Het voelt daardoor minder als training en meer als een verplicht nummer dat je erbij doet, ongeveer zoals stretchen of die ene foamroller die ergens in een hoek ligt te verstoffen. Dat is jammer, want krachttraining is geen aanvulling op het fietsen. Het is onderdeel van trainen, net als intervallen of duurritten.
Onbekend terrein, ongemakkelijk gevoel
Op de fiets weet een wielrenner precies wat hij doet. Cadans, hartslag, positie, alles is vertrouwd terrein, ook na een slechte nacht of een dipje.
In de sportschool is dat anders. Wie nog nooit een squat met gewicht heeft gedaan, voelt zich er onhandig bij. En onhandigheid is voor de meeste renners, die in een vaste vertrouwde houding ingeklikt zitten, ongemakkelijker dan fysiek lijden. Liever twintig keer een helling op dan één keer met onzekere vorm onder een stang staan terwijl er mensen meekijken.
De mythe van het overbodige extra gewicht
Een hardnekkig idee in wielrennerskringen is dat spieren vooral lastig zijn. Extra gewicht, minder klimvermogen, dat soort redeneringen. Het beeld van de tengere klimmer als ideaaltype zit er diep in.
Wat daarbij vaak wordt vergeten: gerichte krachttraining levert bij de meeste renners geen overbodige spiermassa op, maar wel meer kracht, betere aansturing van bestaande spieren en minder blessures. Dat laatste is misschien wel het belangrijkste argument. Een verrekte hamstring of chronische knieklachten kosten uiteindelijk meer trainingsuren dan twee keer per week twintig minuten krachtwerk ooit zal kosten.
>>> Lees ook: Waarom lichte renners niet altijd voordeel hebben bergop
Tijd is een excuus, geen reden
"Ik heb al weinig tijd om te fietsen, laat staan voor de sportschool." Het is een veelgehoord argument, en op het eerste gezicht logisch. Maar wie de rekensom eerlijk maakt, komt er vaak achter dat het niet om tijd gaat, maar om prioriteit. Twee keer twintig minuten per week is voor de meeste mensen te vinden. Het probleem is niet de agenda, het is de zin om iets te doen wat ongemakkelijk voelt en niet meteen leuk is.
En laten we eerlijk zijn: drie uur fietsen in de regen is ook niet per se leuk op het moment zelf. Dat doen we ook gewoon omdat we weten dat het kudo's oplevert en je ficitieve heroische status kan vergroten (Vooral tussen je eigen oren).
>>> Lees ook: 7 dingen die je altijd moet doen na een fietstocht in de regen
Wat helpt wel
Klein beginnen werkt beter dan een ambitieus schema dat na twee weken alweer in de kast ligt. Een paar basisoefeningen, rustig opbouwen, en het besef dat ongemak in het begin normaal is. Niemand voelt zich de eerste keer comfortabel bij een squat, net zomin als iemand zich de eerste keer comfortabel voelde op een racefiets in het verkeer.
>>> Lees ook: Deze warming-up van 3 minuten maakt je een betere fietser
De ironie is dat krachttraining op de lange termijn precies het soort discipline vraagt waar wielrenners zo goed in zijn. Consistent iets doen wat niet altijd leuk is, omdat je weet dat het resultaat oplevert. Dat klinkt verdacht veel als trainen in de regen.
Misschien is de sportschool gewoon een klimmetje dat we nog niet hebben leren waarderen.












