Waarom zijn wielrenners zo bang om langzaam te rijden?

1Reacties

Getty Images

Getty Images

Je kunt een wielrenner veel aandoen. Een lekke band op 40 kilometer van huis. Regen in de afdaling. Een stokbrood dat uit de achterzak valt op de N307. Maar niets, echt niets, tast de psyche zo diep aan als het moment dat iemand je passeert zonder zichtbare moeite. Niet eens een Strava-segment. Gewoon iemand die even naast je komt rijden, een blik werpt, en dan rustig wegfietst. Terwijl jij al op 85 procent van je maximale hartslag zit.

Dit is geen persoonlijke zwakte. Het is fysiologie, ego en wielertraditie samengevouwen tot één pijnlijk pakket.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

De psychologie van het wiel

Wielrenners meten zichzelf voortdurend. Niet alleen in wedstrijden, maar op elk stuk asfalt dat ze kennen. Elke doortocht is een tijdrit. Elke tegenwind een excuus dat klaarstaat voor gebruik.

Sportpsychologen noemen dit sociale vergelijking: de neiging om de eigen prestatie te meten aan die van anderen. Bij wielrenners is dat mechanisme in overdrive. De sport werkt er actief aan mee. Strava toont je precies hoe je je verhoudt tot iedereen die ooit dezelfde klim heeft gedaan, inclusief de lokale junior die er vorig jaar zomaar overheen vloog.

Het gevolg is een sport vol mensen die technisch herstellende zijn, maar toch op tempo rijden. Die eigenlijk een herstelritje doen, maar geen tempo onder de 30 kunnen accepteren als het droog is.

"Ik rij altijd rustig" is in het wielrennen hetzelfde als "ik drink nooit meer dan twee glazen." Misschien waar. Maar niet altijd geloofwaardig.

>>> Lees ook: De 30 km/u-stress: Wanneer een gemiddelde snelheid een obsessie wordt

Langzaam rijden is moeilijker dan het lijkt

Er is iets merkwaardigs aan de hand. Rustig fietsen is voor veel wielrenners psychologisch zwaarder dan hard fietsen. En dat heeft een reden. Intensieve inspanning geeft een directe beloning via dopamine. Je raakt buiten adem, je voelt de verzuring, en daarna: de voldoening. Rustig rijden geeft dat effect veel trager. Het brein interpreteert lage intensiteit makkelijk als doelloos. Als verspilde tijd.

Daar komt bij dat de wielrennersidentiteit voor veel mensen nauw verweven is met prestatie. Je bent niet iemand die fietst. Je bent een wielrenner. En wielrenners rijden niet 26 op de teller door de polder alsof ze op weg zijn naar de markt. Dat gevoel heeft een naam in de sportpsychologie: ego threat, de ervaren bedreiging van je zelfbeeld als atleet. Traag rijden terwijl anderen je inhalen activeert dat gevoel. Zelfs als die anderen recreanten zijn op een e-bike met een lading boodschappen.

>>> Lees ook: Waarom je van een langzame duurtraining een beter fietser wordt

De trainingswetenschap klopt niet met het gedrag

Ironisch genoeg is rustig rijden voor de meeste wielrenners exact wat ze meer zouden moeten doen. Polarized training, waarbij tachtig procent van het trainingsvolume op lage intensiteit wordt gereden, heeft in wetenschappelijk onderzoek consequent betere resultaten laten zien dan de eindeloze middenmoot van "niet te makkelijk, niet te zwaar" waar veel fietsers onbewust in hangen.

Maar weten en doen zijn twee dingen. De wielrenner die zijn VO2max wil verbeteren rijdt zijn herstelrondjes structureel te hard, verpest daarmee de kwaliteit van de zware intervallen, en vraagt zich vervolgens af waarom hij na vijf jaar nog steeds op hetzelfde niveau zit. Het antwoord: omdat ingehaald worden op een dinsdag door een gepensioneerde heer op een Gazelle pijnlijker voelt dan een slechte intervaltraining.

De uitspraken die alles zeggen

In geen enkele andere sport wordt zo creatief omgegaan met excuses voor langzame tijden. Het wielerwoordenboek:

"Ik zat in opbouw." Vertaling: het ging niet lekker.

"Ik deed het op gevoel." Gevoel was blijkbaar laag.

"Mijn benen waren leeg van gisteren." Gisteren was ook al niet geweldig.

"Ik houd nog wat over voor de sprint." Er was geen sprint.

En de klassieker, voor op de Strava-activiteit: "Recovery ride." Gemiddeld 30,4 kilometer per uur. Bergop.

Wat het je oplevert als je het loslaat

Er zijn wielrenners die de angst voor traag rijden hebben overwonnen. Ze rijden bewust langzaam op de dagen dat het moet. Ze zetten hun vermogensmeter op hartslag en houden zich eraan, ook als een recreant met een fietsmand (waarschijnlijk e-bike) ze voorbijkomt op een fietspad.

Die groep renners heeft één ding gemeen: ze worden er beter van. Ze presteren beter op de momenten dat het ertoe doet. Ze herstellen sneller. En ze fietsen nog steeds als de renners die vroeger nooit langzaam reden al met knieproblemen op de bank zitten. Langzaam rijden is geen zwakte. Het is discipline. Het is misschien wel de moeilijkste vaardigheid in de wielersport.

Maar bespaar dit pleidooi wel voor degene die je inhaalt en verwijs hem of haar door naar dit artikel Inhalen met stijl: zo maak je indruk op de racefiets.