Wat een jeugdtrauma doet met je wielerprestaties later in je leven

Update: 10 april 2026 om 10:05

Brian Matangelo on Unsplash

Brian Matangelo on Unsplash

Waarom je lichaam soms harder praat dan je trainingsschema

Je bent een jaar of tien. Zondagmorgen. Kleine koers, lokaal rondje, ouders langs de kant. Je rijdt voorin, voelt je goed. Tot je in de laatste ronde wordt ingehaald. Iemand roept iets. Misschien een ouder, misschien je eigen vader: “Kom op, niet zo slap rijden!” Het is niet eens hard bedoeld. Meer een aanmoediging, verpakt in frustratie. Je finisht, kijkt even op, maar ziet geen glimlach. Alleen een korte blik, een knikje, en de woorden: “Je had harder gekund.”

Je haalt je schouders op. Morgen weer een dag.

Alleen… je lichaam onthoudt iets anders.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Het lichaam liegt niet, het wacht

In De mythe van normaal schrijft Gabor Maté een zin die blijft hangen: “Trauma is not what happens to you… but what happens inside you.” Het is een verschuiving die ongemakkelijk dichtbij komt. Het gaat niet om wat er ooit gebeurd is, maar om wat je lichaam ermee heeft gedaan. En vooral om wat het niet heeft kunnen doen. Als kind heb je geen keuze. Je systeem kiest voor veiligheid, voor aanpassen, voor doorgaan. Gevoelens die te groot zijn, worden niet verwerkt, maar opgeslagen. Niet omdat je zwak bent, maar omdat je lichaam slim is. Het zet iets in de wacht.

De rekening komt later, vaak op de fiets

Jaren later stap je op de fiets en denk je dat alles van nu is. Dat je lichaam reageert op training, op voeding, op slaap. Maar wat ooit is geparkeerd, is nergens naartoe gegaan. Het wacht. Totdat er ruimte is. En die ruimte komt vaak pas als je volwassen bent, als het leven complexer wordt, als de druk anders voelt. Dan komt het terug. Niet als herinnering, maar als lichaam. Als een blessure die blijft hangen, als spanning die niet wegtrekt, als vermoeidheid zonder duidelijke reden. Je denkt dat het niet klopt, omdat je alles goed doet. Maar je lichaam denkt dat het eindelijk kan zeggen wat het toen niet kon.

De onzichtbare hand op je stuur

Soms begint het al bij het aantrekken van je fietskleding; spanning in de onderbuik, stramme schouders, korte hoge ademhaling. Dat kan bij het fietsen wel weer wegtrekken voor je gevoel. Zo niet; Kijk eens hoe je fietst als het zwaar wordt. Niet naar je vermogen, maar naar je houding. Hoe vast pak je het stuur vast? Kruipen je schouders omhoog? Blijft je ademhaling hoog en gejaagd? Dat zijn geen kleine details. Dat is spanning. Opgeslagen spanning. En die spanning kost energie. Niet zichtbaar op je scherm, maar wel voelbaar in je benen. Waar de één soepel rijdt, vecht de ander onbewust tegen zichzelf.

Waar prestatiedrang begint

Die spanning ontstaat niet altijd door één groot moment. Soms zit het in iets subtielers. Verwachting. Druk. De behoefte om gezien te worden. In een artikel van Cycling Weekly wordt het scherp gesteld met een vraag die blijft hangen: van wie zijn die dromen eigenlijk? Van het kind, of van de ouder? Een coach zegt daar: “Remind your child… this is his journey.” Maar als je als jonge renner leert dat presteren gelijkstaat aan waardering, neem je dat mee. Dan wordt fietsen niet alleen iets wat je doet, maar iets wat je moet.

De renner die altijd moet

Veel wielrenners herkennen het, zonder het zo te benoemen. Altijd beter willen. Onrust voelen bij rust. Het gevoel dat een gemiste training direct iets kost. Het lijkt discipline, maar kan ook iets anders zijn. Een systeem dat geleerd heeft dat stilstand gevaarlijk is. Dat je moet blijven bewegen, blijven leveren. En dat systeem stapt elke training met je mee op de fiets.

Waarom toppers er anders uitzien

Kijk naar Tadej Pogačar op een klim. Hij rijdt hard, maar het oogt los. Zijn bovenlichaam beweegt mee, zijn gezicht blijft rustig. Er zit geen strijd in. Dat is geen toeval. Topprestaties komen niet alleen uit kracht, maar uit efficiëntie. En efficiëntie vraagt ontspanning. Niet alles vastzetten, maar laten lopen. Niet vechten tegen de fiets, maar samenwerken. De kans is groot dat hij geen pushende ouders heeft gehad.

Als je lichaam voor je beslist

Gabor Maté verwoordt het scherp: “The body says no when we cannot.” Als jij niet stopt, doet je lichaam het voor je. Dat zie je terug in blessures die blijven hangen, in vermoeidheid die niet logisch voelt, in een lichaam dat niet meer meewerkt ondanks alle juiste keuzes. Je rust, je bouwt op, je probeert opnieuw. Maar misschien zit de oorzaak niet alleen in wat je doet, maar in wat je vasthoudt.

The body says no when we cannot.

— Gabor Maté

De link die je zelf niet meer legt

Het lastige is dat je zelf die verbinding niet meer ziet. Want wat er ooit speelde, ligt ver achter je. Dat was vroeger. Dat is toch al lang voorbij. Maar je lichaam werkt niet met tijd. Wat niet verwerkt is, blijft aanwezig. Niet als verhaal, maar als spanning. En die spanning komt naar boven op momenten dat je het niet verwacht, maar wel voelt.

Durf anders te kijken

Dit betekent niet dat elke klacht een diepere oorzaak heeft. Wielrennen blijft een fysieke sport. Maar als iets blijft terugkomen, als rust niet helpt, als het niet te verklaren is, dan is er misschien een andere ingang. Niet via je schema, maar via jezelf. Niet om alles uit te pluizen, maar om eerlijk te kijken.

De echte winst zit ergens anders

We zoeken winst in watts, in materiaal, in training. Maar soms zit de grootste winst in iets wat je niet kunt meten. In ontspanning. In veiligheid voelen in je lichaam. In minder hoeven vechten. Want pas als je loslaat wat je niet meer nodig hebt, ontstaat er ruimte. En in die ruimte zit vaak precies datgene waar je al die tijd naar op zoek was.

De trailer van The Wisdom of Trauma (2021) en in deze link de volledige documentaire.