Wat is de juiste pacingstrategie voor een succesvolle Granfondo?
CYCLOsportive

Elke Granfondo begint met dezelfde leugen. “Rustig aan vandaag.”
Je staat in het startvak, het is nog fris, je benen voelen verrassend goed en iedereen om je heen lijkt exact even nerveus als jij. Iemand grapt dat hij “alleen maar wil uitrijden”, maar heeft ondertussen wel carbon wielen van een maandsalaris in zijn frame gestoken. Het startschot klinkt, de groep zet zich in beweging en vijf minuten later rijdt iedereen alsof er prijzengeld is.
Pacing? Dat is iets voor later. Toch? Je moet mee, anders mis je de goede (snelle) groep.
Je eerste Granfondo: wanneer enthousiasme je grootste vijand is
Als dit je eerste Granfondo is, voelt alles nieuw. De drukte, het tempo, het idee dat je ineens in een peloton rijdt dat niet stopt bij het eerste verkeerslicht. En dus doe je wat bijna iedereen doet: je laat je meeslepen. Het tempo voelt prima, sterker nog, je vraagt je af waar iedereen het over heeft. Dit is toch gewoon fietsen?
Tot die eerste langere klim. Of de vierde. Of kilometer 87.
Want het probleem met een Granfondo is niet het begin. Het probleem is dat het begin liegt. Je hartslag is nog onder controle, je benen zijn fris en adrenaline is een uitstekende pijnstiller. Maar elke keer dat je nét iets te hard doortrekt, leg je een rekening neer die later zonder pardon wordt geïnd.
Een goede pacing bij je eerste Granfondo voelt bijna saai. Je laat mensen rijden. Je schakelt eerder terug dan je eigenlijk wilt. Je houdt een tempo aan waarbij je nog nét een gesprek zou kunnen voeren, al heb je daar totaal geen zin in. Halverwege denk je zelfs: dit gaat eigenlijk best lekker. En precies dát is het teken dat je het goed doet.
Want een Granfondo win je als beginner niet in het eerste uur. Je wint ’m door in het laatste uur nog te kunnen fietsen alsof je benen niet van beton zijn. En winnen betekent dan niet dat je als eerste over de streep komt, dat is maar weinigen gegeven bij een eerste Granfondo. Of misschien is het wel helemaal nooit je doel. Winnen betekent dat je je energie op een goede manier verdeelt over de route. Lukt je dat, dan zul je zien dat je heel veel mensen op het einde nog voorbij gaat rijden. Mensen die in het begin als een raket vertrokken zijn.
Gaan voor de winst: doseren als een schaker, niet als een sprinter
Maar stel, je staat daar niet voor het avontuur. Je kent het parcours, je weet wie er om je heen rijdt en ergens in je achterhoofd speelt een gevaarlijke gedachte: vandaag kan het. Ik kan winnen.
Dan verandert pacing van zelfbescherming in strategie.
De beste Granfondo-rijders zijn zelden degenen die het vaakst op kop rijden. Ze zijn juist opvallend onopvallend. Ze laten anderen sleuren, kiezen zorgvuldig hun momenten en blijven kalm wanneer het tempo omhoog schiet op plekken waar niemand écht pijn lijdt. Ze weten dat niet elke aanval een aanval is, en dat adrenaline geen vervanging is voor energie.
Waar anderen hun kruit al verschieten op de eerste hellingen, blijven zij net onder de rode zone. Ze rijden hard, maar nooit roekeloos. Die ene extra versnelling bewaren ze voor het moment waarop het verschil wél gemaakt wordt: een lange klim, een beslissende strook, of dat laatste halfuur waarin vermoeidheid geen gelijke kansen meer biedt.
En dan, ineens, zijn ze er nog. Terwijl anderen aan het overleven zijn, kunnen zij nog versnellen. Dat is geen talent. Dat is pacing.
Wat iedereen onderweg leert (soms te laat)
Of je nu voor je eerste finish gaat of droomt van het podium, elke Granfondo deelt dezelfde wetten. Eten moet voordat je honger krijgt, niet erna. Drinken moet routine zijn, geen reactie op dorst. En die renner die in het eerste uur indruk maakt? Die zie je vaak later terug, langs de kant, zoekend naar zijn krampgel.
Pacing is geen rem op je plezier. Het is juist wat ervoor zorgt dat je de hele dag kunt blijven fietsen. Dat je nog kunt lachen bij de finish. Of dat je daar überhaupt aankomt met een verhaal dat verder gaat dan: “Ja, tot kilometer zestig ging het eigenlijk best goed.”
De echte winst
Een Granfondo is geen koers, maar ook geen toertocht. Het is een lange onderhandeling met jezelf. Over ego, geduld en timing. Wie dat spel begrijpt, rijdt verder dan de rest, letterlijk én figuurlijk.
Dus de volgende keer dat het startschot klinkt en iedereen weer veel te hard vertrekt, weet jij één ding zeker: de Granfondo begint pas later. En jij bent van plan daar nog fris genoeg voor te zijn.
Succes. En vergeet niet: wie aan het eind nog kan versnellen, heeft altijd gelijk.












