Wat scheelt een kilo lichter op de Alpe d’Huez?
© Getty Images

Op het vlakke merk je een kilo meer of minder op de fiets nauwelijks. Zodra de weg omhoog begint te lopen, verandert dat. Iedere extra kilo moet immers ook de berg op. Maar hoeveel tijd win je nu eigenlijk als je één kilo afvalt? En is dat verschil op een klim als de Alpe d’Huez echt de moeite waard?
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Waarom gewicht bergop zoveel uitmaakt
Wanneer je bergop fietst, gaat een groot deel van je vermogen naar het overwinnen van de zwaartekracht. Hoe zwaarder het totale systeem van renner en fiets, hoe meer watt je nodig hebt om dezelfde snelheid naar boven te rijden.
Dat is ook de reden waarom wielrenners tijdens een klim vaak kijken naar hun watt per kilogram. Je vermogen wordt daarbij gedeeld door je lichaamsgewicht. Een renner die 250 watt trapt en 70 kilo weegt, komt uit op ongeveer 3,57 watt per kilogram. Weegt diezelfde renner 69 kilo, dan stijgt dat naar 3,62 watt per kilogram. Het verschil lijkt klein, maar op een lange klim kan het oplopen.
Hoeveel sneller ben je met één kilo minder?
Laten we de proef op de som nemen op de Alpe d’Huez. De klim is ongeveer 13,8 kilometer lang en telt gemiddeld rond de 8 procent stijging. Stel dat twee fietsers allebei constant 200 watt trappen en op dezelfde fiets rijden.
Een renner van 80 kilo doet er in dit voorbeeld ruim 90 minuten over om de top te bereiken. Een renner die één kilo lichter is, hoeft bij hetzelfde vermogen nét iets minder massa omhoog te slepen.
Het verschil is duidelijk zichtbaar: één kilo gewichtsverlies levert op de Alpe d’Huez bij 200 watt grofweg anderhalve minuut tijdwinst op. Bedenk dat je daarvoor niets aan je vermogen hoeft te veranderen. Je trapt exact even hard, maar hoeft simpelweg minder gewicht omhoog te brengen.
En met tien kilo?
Het effect wordt natuurlijk groter naarmate het gewichtsverschil toeneemt. In het eerder genoemde voorbeeld werd een renner van 70 kilo tegenover een renner van 80 kilo gezet. Bij 200 watt rijdt de renner van 70 kilo ongeveer 10 km/u omhoog, terwijl de renner van 80 kilo nog geen 9 km/u haalt.
Op een klim als de Alpe d’Huez loopt dat verschil flink op. De lichtere renner kan bij hetzelfde vermogen ruim tien minuten eerder boven zijn.
Dat is precies waarom klimmers zo sterk letten op de verhouding tussen vermogen en gewicht. Een paar honderd gram lijkt op de weegschaal misschien verwaarloosbaar, maar over duizenden hoogtemeters telt ieder beetje mee.
Maar afvallen is niet altijd een goed idee
Toch is het te simpel om te zeggen dat lichter altijd beter is. Je lichaamsgewicht is namelijk niet het enige dat telt. Waaruit dat gewicht bestaat, is minstens zo belangrijk.
Een kilo vet verliezen kan je verhouding tussen vermogen en gewicht verbeteren. Maar als je daarvoor spiermassa verliest of te weinig energie binnenkrijgt om goed te trainen en te herstellen, kan je vermogen juist dalen.
Stel dat je door één kilo afvallen 200 watt kunt blijven trappen: mooi, dan word je bergop inderdaad sneller. Maar als je door te weinig eten nog maar 190 watt kunt leveren, verdwijnt een groot deel van dat voordeel alweer.
Voor fanatieke recreatieve fietsers is het daarom meestal verstandiger om te kijken naar het verhogen van je vermogen bij een gezond en stabiel gewicht, in plaats van koste wat kost de weegschaal naar beneden te krijgen.
Watt per kilogram: de echte sleutel
Het draait uiteindelijk niet om zo min mogelijk kilo's, maar om de combinatie van vermogen en gewicht. Een zwaardere renner met veel spiermassa kan bergop alsnog sneller zijn dan een lichtere renner als hij aanzienlijk meer vermogen kan leveren.
Kortom: één kilo minder kan je op een lange klim al tientallen seconden tot ruim een minuut opleveren, maar het is geen magische snelheidsknop. Zeker als dat gewichtsverlies ten koste gaat van je energie, herstel of vermogen.
Wil je sneller de Alpe d’Huez op? Gooi eerst een bidonnetje leeg voordat je eindeloos gaat lijnen.













