Welke breedte van racebanden is het snelst?
Trevor Raab

De afgelopen tien jaar zijn racebanden alleen maar breder geworden. Op gravelbikes rijden we inmiddels met banden die vroeger op mountainbikes thuishoorden, terwijl ook mountainbikebanden steeds richting 2.5 inch gaan. En op de weg? De 23 mm-band is officieel verleden tijd. De standaard zit nu rond de 28 mm, en steeds meer renners experimenteren met 30 mm en breder. Maar wat is de snelste bandbreedte?
Dan Chabanov van Bicycling.com stapte al vroeg over op brede banden. In 2020 reed hij op 32 mm Panaracer GravelKing Slicks—die in werkelijkheid bijna 35 mm breed waren. Dankzij de komst van schijfremmen werd dat überhaupt mogelijk, en aan comfort en veelzijdigheid ontbrak het hem niet.
Toch is Chabanov in de afgelopen jaren weer wat smaller gaan rijden. Niet omdat brede banden slecht zijn, maar vooral omdat hij merkte dat banden boven de 30 mm op de weg simpelweg te veel van het goede werden. Voor ruiger terrein pakt hij zijn gravelbike; zijn racefiets blijft meestal gewoon op asfalt. En op asfalt voelden die grotere banden log en zwaarder dan nodig. Daarnaast is Chabanov uitgesproken prestatiegericht: hoe sneller hij gaat, hoe leuker het wordt. En moderne aerowielen zijn nu eenmaal ontworpen rondom 28 mm banden.
Toen een collega van Chabanov onlangs een uitgebreide analyse publiceerde van Schwalbe’s Pro One in alle maten van 25 tot 38 mm, was zijn eerste vraag: maar welke maat is nou écht het snelst? Tijd voor een praktijktest.
De testopzet
Chabanov testte vier bandmaten: 25, 28, 30 en 32 mm. Alle banden waren Schwalbe Pro One’s en werden gemonteerd op een set Reserve 57|64-wielen, met moderne interne breedtes van 25.6 mm voor en 24.5 mm achter. De test vond plaats op een afgesloten wielerbaan vlak bij het Trexlertown Velodrome, zodat remmen of verkeer geen rol speelden.
Met Favero Assioma Pro RS-2 vermogenspedalen hield hij zijn vermogen constant op 275 watt en reed hij telkens drie ronden per bandmaat. Bandenspanning werd voor elke band geoptimaliseerd via de Silca Pressure Calculator. Vervolgens mat hij de werkelijke bandbreedte met een digitale schuifmaat. Zoals altijd bleek de opgegeven maat nauwelijks overeen te komen met de gemonteerde breedte: de 32 mm band mat ruim 33 mm, terwijl de 25 mm band richting de 29 mm ging.
De resultaten
Na alle tests was de uitslag verrassend helder: de smalste band was de snelste. De “25 mm”-banden (die in werkelijkheid 28 mm breed waren) bleken over drie mijl zeventien seconden sneller dan de “32 mm”-banden. Omgerekend in snelheid reed Chabanov op de smalste banden gemiddeld 38,6 km/u, terwijl hij op de breedste op 37,5 km/u bleef hangen.
Ook de tussenmaten gedroegen zich zoals je zou verwachten. De 28 mm-banden waren elf seconden langzamer dan de 25 mm’s. De 30 mm-banden verloren vijftien seconden.
Wat betekenen deze resultaten écht?
Betekent dit dat alles wat je hebt gehoord over brede banden, minder rolweerstand, meer snelheid, onzin is? Niet helemaal. De enige correcte conclusie is: het hangt ervan af.
Het testparcours bestond uit perfect nieuw asfalt. Op zo’n ondergrond hebben smallere banden een voordeel, omdat bredere banden hun lage rolweerstand pas echt laten zien op ruwe wegen. Op slecht wegdek waren de resultaten waarschijnlijk anders geweest.
Daarnaast reed Chabanov met hoge snelheid. Boven de 35 km/u wordt luchtweerstand veruit de belangrijkste remmende factor. Een smallere band heeft een kleiner frontaal oppervlak en kan daardoor aerodynamisch voordeel opleveren. Bij lagere snelheden zou rolweerstand juist zwaarder meewegen.
Tot slot speelde de wielset een grote rol. De Reserve 57|64-wielen zijn ontworpen voor een bandenmaat van ongeveer 29 mm, precies de breedte die de “25 mm”-band op deze velgen kreeg. Met andere wielen, ontworpen voor breder rubber, hadden de uitslagen anders kunnen uitvallen.
Conclusie: de snelste band is die welke jij zelf test
Er is geen universeel juiste bandbreedte. De enige manier om echt zeker te weten wat voor jou het snelst is, is door zelf te testen: op je eigen wielen, op je eigen wegen, met jouw bandenspanning en jouw snelheid. Een herhaalbaar rondje, vast vermogen en alles gelijk houden behalve de banden en je hebt je antwoord.
En snelheid is niet het enige dat telt. Brede banden blijven superieur op slecht wegdek, in bochten, op nat asfalt en voor comfort. Ze bieden vaak betere lekbescherming, meer vertrouwen in afdalingen en minder rolweerstand wanneer het wegdek ruw wordt.
Begin bij wat je velgen optimaal ondersteunen, stel je bandenspanning zorgvuldig af en laat vervolgens de stopwatch beslissen. Niet de traditie, niet de marketing, maar je eigen data.
Dit artikel verscheen eerder op Bicycling.com door Dan Chabanov en is een bewerking voor Bicycling.nl.




