Materiaal

Welke gravelbandbreedte is het snelst?

Dan Chabanov

Dan Chabanov

Onze collega's van Bicycling.com testten banden van 45, 50 en 55 mm. De snelste breedte liet meetbare snelheidsverbeteringen zien.

Introductie

We hebben waarschijnlijk allemaal al gehoord dat bredere, bijna mountainbike-achtige banden sneller zouden zijn op gravel. Het is dit jaar een van de grootste gespreksonderwerpen in gravelraces: wie sneller wil gaan, moet zijn bandbreedte maximaliseren. We zagen vaak renners de grootste beschikbare banden monteren, soms zelfs voorbij de aanbevolen clearance van het frame.

Veel tests concludeerden dat bredere banden inderdaad sneller zijn, maar hoe en waarom precies? Maar zelfs met die tests kon je nooit met zekerheid zeggen dat de bredere band altijd sneller was. Natuurlijk kun je stellen dat deze brede band sneller is dan een smallere, maar zelden testte iemand exact dezelfde band in verschillende breedtes. Dat was dan ook het doel van de test zoals die is uitgevoerd door Bicycling.com. Het vermoeden was dat het vooral te maken heeft met de karkasstructuur en het loopvlakpatroon dat sommige brede banden zo snel maakt, eerder dan de breedte zelf. Aangezien breedte de enige variabele was die veranderde, was de theorie dat een smallere band misschien het voordeel heeft door aerodynamica, zeker op snelheid in rechte lijnen.

De fiets

Voor de test gebruikte Trevor Raab van Bicycling.com de Argon18 Dark Matter, uitgerust met Shimano GRX 1x Di2 en een FSA one-piece stuur. De wielen waren Shimano Carbon RX880 met een interne breedte van 25 mm en een diepte van 32 mm. De banden waren Vittoria Terreno T30 met zwarte zijwanden in 45, 50 en 55 mm.

Op de RX880-wielen kwamen de banden allemaal iets kleiner uit dan opgegeven: de 45 mm mat 43 mm, de 50 mm mat 47 mm en de 55 mm mat 52 mm. Vermogen werd gemeten met Garmin Rally XC-pedalen, met een nauwkeurigheid van ongeveer 1%.

Het testparcours

Voor de eerste test koos Raab een traject van 8 km met voornamelijk hard gravel met hier en daar losse stukken en wat aarde. Het pad is recht en kruist geen andere wegen, waardoor er een consistente inspanning geleverd kon worden zonder te hoeven remmen of sturen, ideaal voor tests die herhaald kunnen worden.

Het gravel varieerde, maar was overwegend hard met losse stukjes bovenop, wat representatief is voor typische gravelwegen.

De test

Het doel was een gemiddeld vermogen van 240 watt, wat neerkomt op ongeveer 32 km/u – representatief voor vlot gravelrijden of racen. De bandenspanning werd ingesteld met de Wolf Tooth pressure calculator voor consistentie. Raab reed zittend, met licht gebogen ellebogen, 8 km zuidwaarts en daarna dezelfde afstand terug. Op beide ritten bleef hij rechts rijden, waar een smalle, goed zichtbare lijn te volgen was.

De resultaten

De snelste banden? De 45 mm-banden, maar er zitten kanttekeningen aan.

  • Zuidwaarts: 55 mm – 15:59 bij 241w, 50 mm – 15:52 bij 243w, 45 mm – 15:38 bij 241w
  • Noordwaarts: 55 mm en 45 mm – 16:01 bij 244w en 243w, 50 mm – 15:49 bij 243w

Het was niet helemaal duidelijk waarom de 45 mm-band in de terugrit tijd verloor. Mogelijk speelden omgevingsfactoren zoals wind een rol, maar ook het wegoppervlak. In de laatste 2,5 km werd het pad ruw, waardoor de bredere band mogelijk het terrein gladder maakte en het voordeel van de smallere band teniet deed.

De vervolgtest

Omdat Raab niet volledig tevreden was over de eerste test, deed hij een tweede test op een korter, variabeler en meer kuilachtig graveltraject van ongeveer 1,1 km. Per band werden drie pogingen gedaan, gevolgd door een halve mijl roltest. Raab mikte op 295 watt en reed telkens dezelfde lijn en positie.

Resultaten vervolgtest

De verschillen waren klein, maar in lijn met de eerste test: de 45 mm-band won opnieuw, met een gemiddelde tijd van 2:41 bij 296,67 watt – net iets sneller dan de 50 en 55 mm-banden, die beide rond de 2:45 bij 294–297 watt gemiddeld zaten.

Bij de halve mijl roltest bleef de 45 mm het snelst: gemiddeld 34,2 km/u, 1,6 km/u sneller dan de 55 mm (32,5 km/u). Interessant genoeg eindigde de 50 mm iets achter de 55 mm, wat suggereert dat het gladmakende effect van bredere banden bij ruw terrein de aerodynamische nadelen kan compenseren.

Conclusie

Hoewel deze test niet perfect is, weerspiegelt hij realistische gravelomstandigheden. De belangrijkste conclusie van Trevor Raab: gravelwegen variëren zo sterk dat er geen universele snelste band is. Factoren zoals wegligging, weer, klimmetjes en afdalingen maken dat de keuze voor banden veel meer omvat dan alleen snelheid in een rechte lijn.

Wat wel bevestigd werd: vergelijkbaar met de wegfiets, kan een smallere band in sommige gevallen sneller zijn, vooral op vlak en hard gravel. Bij ruw terrein kan het voordeel van bredere banden echter de aerodynamische nadelen compenseren. Voor wie snelheid wil op snel, hard gravel, is het dus niet altijd nodig om de breedste band te kiezen.

Dit is goed nieuws voor fietsen zoals de Pinarello Dogma GR, Cervélo Áspero en Cannondale SuperX, die geen enorme bandenspeling hebben maar wel aerodynamisch zijn.

Het comfort en de stabiliteit van bredere banden is moeilijk te verslaan, en tijdens langere gravelraces kan vermoeidheid een rol spelen. In sommige gevallen kan de extra breedte een comfortabelere rit opleveren, ten koste van rechte-lijn snelheid. De tests suggereren dat op ruwere gravelsecties bredere banden mogelijk de overhand krijgen, Raab is nu op zoek naar een nog ruwer traject om dit verder te testen. Wordt vervolg.

Dit artikel verscheen eerder op Bicycling.com door Trevor Raab en is een bewerking voor Bicycling.nl.