Werkt kinesiotape of ziet het er vooral stoer uit?

Update: 3 juni 2026 om 10:09

Getty Images

Getty Images

Tijdens Giro d'Italia wierpen Jeroen Vanbelleghem en Karsten Kroon bij Eurosport een blik op een renner met een paar stroken blauwe (duc)tape op zijn bovenbeen?

"Werkt dat eigenlijk of ziet het er vooral stoer uit?" vroeg Kroon. "Vind je het er stoer uitzien?" zei Vanbelleghem. Kroon keek nog een keer. "Nee. Eigenlijk niet." Kort stilte. Verder met de koers. Maar de vraag bleef hangen.

Want je ziet het regelmatig in het peloton. Op kuiten, knieën, quadriceps, lage ruggen, schouders. Soms één strookje, soms een heel geometrisch kunstwerk van overlappende banen dat eerder doet denken aan een Terminator die zijn eigen bedrading heeft gerepareerd. Wat is dat eigenlijk, die kinesiotape? En wat moet het doen?

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Katoen met geheugen

Kinesiotape is gemaakt uit een combinatie van katoen en nylon dat de elasticiteit van de huid nabootst. Wanneer de tape op het lichaam wordt aangebracht terwijl de huid op rek staat, rolt hij lichtjes terug bij ontspanning van de spier. Daardoor wordt de huid zachtjes opgetild, wat een microscopisch kleine ruimte zou creëren tussen de huid en de weefsels eronder.

>>> Lees ook: De psychologie van nieuwe spullen: Hoe een nieuwe fiets je tijdelijk sneller maakt

Aan de basis van de filosofie achter kinesiotape ligt het idee dat spieren niet alleen nodig zijn om te bewegen, maar ook bepalend zijn voor de bloed- en lymfedoorstroming. Door die kleine ruimte die ontstaat, verbetert de doorstroming van bloed- en lymfevaten en neemt de druk af, wat pijndemping zou geven. Minder pijn betekent beter kunnen bewegen, wat het herstel verder zou bevorderen.
Daarboven werkt kinesiotape op de proprioceptie: het sensorische systeem waarmee het lichaam zijn eigen positie in de ruimte bijhoudt. Door de tape op een bepaalde plek in een bepaalde richting met spanning aan te brengen, kunnen spiergroepen worden geremd of juist geactiveerd.

Klinkt aannemelijk. Maar klopt het ook?

Wat de wetenschap ervan vindt

Hier wordt het interessant, en misschien een tikje ongemakkelijk voor iedereen die al jaren braaf naar de fysiotherapeut gaat voor een upgrade met tape.

Hoewel kinesiotape een steeds grotere plaats inneemt binnen sportrevalidatie en blessurepreventie, is tot op heden geen wetenschappelijk bewijs gevonden voor de potentiële werkingsmechanismen. De theorie klinkt logisch: versterking van verzwakte spieren, verbetering van de circulatie, pijnvermindering via lagere druk op pijnreceptoren, betere proprioceptie via huidreceptoren. Maar bewijzen dat het ook daadwerkelijk zo werkt, lukt niet.

Een meta-analyse uit 2012 van Williams et al. onderzocht tien studies naar het effect van kinesiotape bij sportblessures. Geen enkel onderzoek toonde een significant klinisch effect aan.

Concreet: de tape dempt pijn niet aantoonbaar. Hij vergroot je bewegingsbereik ook niet op een manier die wetenschappers overtuigt. Er zijn aanwijzingen dat hij iets doet met het gevoel in je spieren, maar of dat goed of slecht is, weet alleen jij als je het voelt. En voor de kracht in je quadriceps en hamstrings, de spieren die een wielrenner het hardst nodig heeft, is helemaal geen effect aangetoond.

>>> Lees ook: €1200 aan materiaal vs. €1200 aan coaching

Toch niet helemaal nul

Er is één nuance die de tape uit de prullenbak redt, namelijk de spanning waarmee hij wordt aangebracht. Wetenschappers van de universiteit van Indianapolis stelden vast dat kinesiotape wel degelijk een pijnverlagend effect heeft, maar uitsluitend als de tape met de juiste spanning wordt aangebracht. Bij 25 procent spanning was er nauwelijks effect. Bij 75 procent was er duidelijk effect. Ze concludeerden dat de werkzaamheid waarschijnlijk meer is dan een placebo-effect, maar voegden toe dat verder onderzoek nodig is om te begrijpen hoe kinesiotape daadwerkelijk pijn verlicht en in welke mate de verwachting van de sporter zelf bijdraagt aan het effect.

Die laatste zin verdient herhaling. Verwachting. Het geloof dat het werkt. Want dat is precies wat een renner die zes uur per dag op een fiets zit nodig heeft: het gevoel dat iemand iets heeft gedaan. Dat er tape op zit. Dat er aan gedacht is. Dat het niet erger wordt.

>>> Lees ook: Zo word je sterker met minder training

Stoer of niet stoer

De conclusie dat het er niet stoer uitziet, zullen meer renners het mee eens zijn dan ze hardop zullen zeggen. Maar een renner die met een kapotte knie gewoon doorrijdt alsof er niks aan de hand is, is eigenlijk nog minder stoer. Aandacht voor je lichaam is geen zwakte. Het is gewoon slim.

En als je dan toch tape plakt, kies dan in ieder geval felblauw of fluogeel. Want al werkt het bewijs nog niet 100% mee, een persoonlijk kleurstatement op je bovenbeen is altijd van jou. Dat telt ook.