Wielrenners schudden hun benen los op basis van een fabeltje: En toch werkt het

NL Beeld / Abaca Press

NL Beeld / Abaca Press

Wielrenners zijn slimme atleten. Ze trainen op vermogen, eten op de gram nauwkeurig en slapen in speciale kousen. En toch schudden ze collectief hun benen los op basis van een verklaring die de wetenschap al decennia geleden onderuithaalde. Julian Alaphilippe doet het, Matteo Jorgenson doet het, Demi Vollering doet het. Die imposante kuiten en bovenbenen even verlossen van verzuring en lactaat, zo luidt de volkse uitleg. Maar wat als die uitleg gewoon niet klopt? En wat als het toch werkt?

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

De beweging die iedereen overnam maar niemand uitlegde

Kijk naar het peloton in de slotfase van Luik-Bastenaken-Luik, of ergens in een klimkoers waar renners in de afdaling even op adem komen. Je ziet het overal: een hand die de dij grijpt en het been ritmisch losschudt, of knieën die een paar keer snel naar binnen en naar buiten bewegen terwijl de renner even niet trapt.

De beweging gaat van renner op renner. De jonge garde ziet het bij de oude garde en neemt het over. Niemand vraagt ooit om een verklaring. Het voelt gewoon logisch aan: de spieren zijn verzuurd, ze zitten vol afvalstoffen, en door te schudden spoel je ze leeg als een spons die je uitknijpt. Dat gevoel klopt. De verklaring erachter niet.

Het melkzuurverhaal klopt eigenlijk niet

De meeste renners, en ook veel supporters, denken dat de pijn en zware benen tijdens een koers komen door een ophoping van melkzuur in de spieren. En dat je dat er dus uit kunt schudden.

Maar dat beeld klopt niet. Melkzuur, of lactaat zoals het officieel heet, is geen afvalstof die zich ophoopt en pijn veroorzaakt. Onderzoeker George Brooks toonde aan dat lactaat juist als brandstof dient voor spieren en het hart. Je lichaam ruimt het bovendien al op binnen dertig tot zestig minuten nadat je stopt met bewegen. Terwijl je nog in koers bent, heeft je lichaam het lactaat allang verwerkt of verbrand. Er zit niets te wachten om losgeschud te worden.

De werkelijke oorzaak van die zware benen is een samenspel van dingen: je glycogeenvoorraden (de suikerreserves in je spieren) raken leeg, je spieren worden zuurder doordat er kleine zure deeltjes in ophopen, en je zenuwstelsel begint de spieren steeds minder efficiënt aan te sturen naarmate de koers langer duurt. Dat is ingewikkelder dan "te veel melkzuur", maar zo werkt het nu eenmaal.

Maar het is ook geen onzin

De melkzuurverklaring klopt niet, maar dat betekent niet dat het schudden zelf zinloos is. Dat is het niet.

Wanneer een renner zijn been ritmisch schudt, brengt hij een lichte trilling in het spierweefsel. En trilling heeft echte effecten. Laagfrequente trilling verhoogt de lokale temperatuur in het weefsel, zorgt voor ontspanning van de spier en het bindweefsel eromheen, vermindert spanning, en heeft een algemeen kalmerende werking.

Dat is precies wat een vermoeide spier na een zware klim nodig heeft. Niet het wegwerken van een denkbeeldig melkzuurprobleem, maar het doorbreken van de oplopende spierspanning die na elke sprint of klim achterblijft.

De spierpomp: je benen als waterpomp

Er is nog een tweede effect, en dat heeft niets met trilling te maken maar met gewone zwaartekracht en beweging.

Tijdens het fietsen werken je beenspieren als een pomp. Bij elke trapbeweging persen ze bloed uit je benen omhoog terug naar het hart. Als je even stopt met trappen maar je been wel blijft bewegen door te schudden, blijft die pomp licht actief. Als je plotseling stopt na een zware inspanning, blijft het bloed als het ware "poelen" in de beenvaten die tijdens het fietsen verwijd waren. Doorbewegen helpt vers bloed aan te voeren en afvalstoffen af te voeren.

Het schudden van je been is actief herstel in zijn simpelste vorm, uitgevoerd midden in de koers.

Je zenuwstelsel heeft ook een resetknop nodig

Het meest vergeten effect heeft niets te maken met spieren of bloed, maar met je zenuwstelsel.

Na herhaalde zware inspanningen raakt het zenuwstelsel vermoeid. Het stuurt je spieren steeds minder goed aan. Trilling wordt opgepikt door receptoren in huid, spieren en gewrichten, en beïnvloedt hoe het zenuwstelsel de spieren aanstuurt. Door je been even los te schudden geef je je zenuwstelsel dus een ander soort prikkel dan de eindeloze herhaling van de trapbeweging. Dat doorbreekt kortdurend het patroon van vermoeidheid. Niet voor lang, maar genoeg om even te resetten.

En dan is er nog het placebo-effect, dat ook echt werkt

Tot slot is er de psychologie. En die is in de wielersport minstens zo belangrijk als de fysiologie. Het placebo-effect is heel reëel. Wanneer iemand gelooft dat een behandeling werkt, kan dat niet alleen leiden tot een beter gevoel maar ook tot daadwerkelijk betere prestaties. Het placebo-effect betekent simpel gezegd: als je gelooft dat iets helpt, helpt het ook een beetje, zelfs als er geen directe lichamelijke verklaring voor is.

Uit onderzoek blijkt dat dit effect in de sport klein tot matig is. Klein tot matig is in de wielersport precies het verschil dat telt in een sprint of op een slotklim.

Het ritueel geeft ook een bewust signaal aan jezelf: we resetten even, er komt ruimte, bereid je voor op de volgende inspanning. Dat signaal werkt, ongeacht de precieze verklaring.

Dus: werkt het of niet?

Het klopt niet dat je met beenschudden lactaat wegwerkt. Dat verhaal is achterhaalde wetenschap.

Het klopt wel dat de trilling de doorbloeding lokaal verbetert. Het klopt ook dat het de spierpomp licht actief houdt. Het klopt dat trilling de spierspanning vermindert en je zenuwstelsel even een andere prikkel geeft. En het klopt dat het ritueel zelf een meetbaar psychologisch effect heeft.

De reden is dus verkeerd, maar het gebaar zelf is niet nutteloos. Alaphilippe won drie keer de Waalse Pijl, pakte Milaan-San Remo en kroonde zich in Imola én Leuven twee jaar op rij tot wereldkampioen. Zonder dat beenschudden was dat natuurlijk nooit gelukt. Waarschijnlijk.