‘Wijn en wielrennen horen gewoon bij elkaar’

Praat mee!

NLBEELD

NLBEELD

Wijn, wielrennen en Frankrijk: voor Ilja Gort (75) zijn ze onlosmakelijk verbonden. De schrijver, tv-maker en wijnboer volgt de Tour de France al jaren op de voet, het liefst gewoon vanaf de bank. ‘Ik krijg pijn in m’n reet van fietsen, daarom kijk ik er liever naar.’

>>> Dit artikel is geschreven voor het Bicycling magazine, de Tour de France special. Abonneren kan hier, een los exemplaar thuis laten bezorgen kan ook, bestel hem hier in onze eigen webshop.

Zijn reactie op de vraag of hij over de Tour wil praten, laat weinig te raden over. ‘Bonjour! Hartstikke leuk! Ik doe mee! Hartelijk santé.’ Ilja Gort mailt vrijwel direct terug, enthousiast als altijd. De 75-jarige schrijver, tv-maker en wijnboer, al ruim dertig jaar gevestigd op zijn château in de Bordeauxstreek, hoeft niet lang na te denken over wat de Tour voor hem betekent. ‘De Tour is natuurlijk een geweldig evenement. De grootste en mooiste roadtrip door Frankrijk die je maar kunt maken. En dan doen ze het ook nog eens met 180 man tegelijk, ruim drieduizend kilometer in drie weken. Alles is bijzonder aan de Tour.’

En dus zit hij straks elke dag aan de buis gekluisterd. ‘Ik ga zo veel mogelijk kijken. Die strijd, maar ook die prachtige beelden; daar kan ik echt van genieten.’ 

‘De Tour is de mooiste roadtrip die je door Frankrijk kunt maken’

Ilja Gort

De route helpt daarbij. Dit jaar ligt de nadruk op het klimwerk. Na de start in Barcelona trekken de renners door de Pyreneeën, via Bordeaux – praktisch Gorts achtertuin – richting het oosten, met de Alpen en Vogezen op het programma. ‘Voor kijkers is dat natuurlijk heerlijk. Beklimmingen blijven toch het mooist.’

Ilja Gort in de auto© Privébeeld

Ilja Gort rijdt mee met de fietsers

Super-Frans spektakel

Toch zit de aantrekkingskracht voor Gort niet alleen in de koers. ‘Het gaat mij vooral om de sfeer. De Tour is echt super-Frans. Nostalgisch ook. Die geschiedenis voel je overal. De eerste Tour dateert uit 1903, kun je nagaan. Sindsdien is er veel veranderd. Waar het ooit begon als een relatief kleinschalige wedstrijd met een handvol etappes en zo’n vijftig renners, is het nu uitgegroeid tot een gigantisch spektakel. Maar dat maakt het niet minder leuk, integendeel.’

Wat maakt de Tour dan zo typisch Frans? Gort: ‘Wielrennen leeft hier enorm. In Italië misschien nog wel meer, maar in Frankrijk zéker ook. En het gaat niet alleen om de koers, maar om alles eromheen.’ Hij hoeft maar terug te denken aan de keren dat de Tour langs zijn château trok. ‘Dan gebeurt er iets met zo’n dorp. Mensen zetten een avond van tevoren al klapstoeltjes en tafeltjes langs de weg en gaan daar zitten wachten tot het peloton langskomt. En dat gaat op z’n Frans: met goed eten en veel wijn. Hele families bij elkaar: opa’s, oma’s, kinderen. Dat is echt prachtig om te zien. Ja, dat vind ik super-Frans.’

Gort is zelf alleen niet zo’n bermzitter en met een Allez Opi Omi-bord zul je hem niet snel spotten.‘Nee hoor, ik kijk de Tour het liefst gewoon op tv. Dan krijg je alles mee. Dat vind ik toch leuker dan wachten op die twaalf seconden dat het peloton voorbijraast.’ Dus ook geen bezoekje aan het nabijgelegen Bergerac, aankomstplaats van een etappe? ‘Nee, ik kijk tv’, zegt hij droog. ‘Leuke stad hoor… jammer alleen dat ze er vieze wijn maken.’

Bergaf met fles wijn

Hoe komt het dat de Fransen zulke levensgenieters zijn? Voor Gort is het geen ingewikkelde vraag. ‘Ze hebben gewoon veel levensvreugd.’ Hij moet lachen als hij een anekdote ophaalt uit de Haute-Savoie, waar hij ooit een aflevering opnam. ‘Ik reed daar achter een groepje wielrenners aan, mannen van een jaar of zeventig. Elke zondag gingen ze samen op pad om een colletje te bedwingen. Aan de voet van de klim stopten ze even. Of ik ook wat wilde drinken, vroegen ze. Vervolgens haalde iemand doodleuk een fles wijn tevoorschijn.’ Wat er daarna gebeurde, zegt eigenlijk alles. ‘Ze zopen die fles met z’n allen leeg. En daarna gingen ze gewoon die berg nog op. Dat vind ik dus mooi. Wijn hoort er gewoon bij. Als je iets gaat doen, dan maak je er iets leuks van. Als je Frans bent en van wielrennen houdt, drink je wijn. Zo simpel is het.’

Wijn drinken tijdens de beklimming© Privébeeld

Wijn drinken tijdens de beklimming

Toch blijft het opvallend: iemand die zo enthousiast over de Tour praat, maar zelf nauwelijks fietst.

‘Nee, ik fiets niet graag’, zegt Gort zonder omhaal. ‘Ik krijg er altijd pijn in mijn reet van. Daarom kijk ik liever hoe anderen het doen. Ik heb fietsen nooit echt leuk gevonden. Als kind moest ik natuurlijk naar school fietsen, maar daar is het eigenlijk bij gebleven. Wielrennen heb ik dus ook nooit overwogen.’

Pyreneeën, pieken en eigenwijze Basken

Terug naar de Tour. Wat verwacht Gort van de Pyreneeën? ‘Die zijn altijd prachtig. Echt een uniek berggebied. Serieuze cols ook, zoals de Aspin en de Tourmalet. Maar wat ik minstens zo leuk vind: ze rijden ook door mooie wijngebieden als de Jurançon en Madiran. Daar heb je geweldige bergwijngaarden. Daar kijk ik echt naar uit.’

Hij noemt ook de provincie Béarn, waar hij eerder opnames maakte. ‘Dat is misschien wel het meest onherbergzame deel van de Pyreneeën. Juist daarom zo mooi. Het is ruig, waterrijk, en je ziet meteen dat het jonge bergen zijn. Die scherpe pieken die overal bovenuit steken – dat zie je bij oude bergen niet meer, die zijn afgesleten. Hier is alles nog rauw. De natuur is er echt nog ongerept.’

En dan zijn er nog de mensen die daar wonen. ‘Leuke mensen. Rare Basken’, zegt hij met een knipoog. ‘Maar dat bedoel ik positief. Het is een eigenzinnig volk. En daar hou ik wel van.’

Wat maakt ze dan zo eigen? Gort: ‘Ze zijn ervan overtuigd dat Baskenland de enige plek is die ertoe doet. De rest van Frankrijk? Onzin. Daar zijn ze echt heel stellig in. En ze zijn ongelooflijk trots, zelfs op het weer. Het regent er vaak, maar dan zeggen ze: wij hebben de mooiste regen van Frankrijk. Andere regen stelt niks voor, dat is amper regen. Zo’n leuk volk.’

Francoseksueel

Ilja Gort kent Bordeaux en omgeving op zijn duimpje, vooral het deel ten oosten van de Gironde waar zijn château staat. Maar eigenlijk weet hij alles over Frankrijk. Probleemloos dwalen we af naar de Haute-Savoie, ook weer bekend terrein voor de francofiel. ‘Francofiel? Dat klinkt te zacht’, lacht Gort. ‘Ik ben francoseksueel, de overtreffende trap van francofiel.’ Waarvan akte. Op 21 juli staat er hier een tijdrit gepland, tussen Évian-les-Bains en Thonon-les-Bains. Wie hem gaat winnen? Gort laat het wijselijk in het midden. Gelukkig heeft-ie meer verstand van wijn. ‘In deze streek maken ze bijzondere wijnen. Niet standaard, maar eigenzinnig. Dun, maar vol smaak. Helaas wordt het nauwelijks geëxporteerd, dus je moet er echt naartoe om te proeven. Geen straf hoor!’

En dan is er nog het eten. ‘Haute-Savoie staat bekend om zijn zware, machtige keuken. Gesmolten kaas, aardappel, nog meer kaas… na één diner heb je een week geen trek meer. Maar o zo lekker.’

Ook het terrein laat zich niet zomaar doen. ‘Het is ruig en prachtig om te fietsen, als je tegen een stootje kunt. Bergen, maar ook veel vals plat. Net als de Vogezen, iets noordelijker, waar ze een paar dagen eerder doorheen rijden. Daar liggen trouwens ook valse bergjes hoor!’


Wijn langs de weg

‘In Frankrijk maken ze van alles een feestje, zelfs van wachten op het peloton’

Ilja Gort


Praten met Ilja Gort over de Tour is bijna onmogelijk zonder dat de wijn ter sprake komt. Hij lacht: ‘Tja, de Tour is nu eenmaal een van de weinige sportevenementen waar altijd wijn is. Ik weet niet of het nog in de hoge mate van vroeger geldt, want vanaf 1920 kregen renners gewoon wijn aangeboden door mensen langs de kant van de weg. Dan kwam het peloton voorbij en stak iemand een fles uit. En dan dronk je ’m leeg en trapte je weer verder. In die tijd noemden ze de Tour een ‘rijdende wijnproeverij’. Er gaat zelfs het verhaal dat een renner voorop lag, even stopte bij een café voor een wijntje, en toen hij weer op de fiets stapte, was het peloton ver uit zicht. Maar hij had in elk geval lekker gedronken! Dat is toch de spirit, als je het mij vraagt.’

Over de winnaar van deze Tour doet Gort een diepe zucht. ‘Zeg het maar.’ Tadej Pogačar? ‘Kan, maar de Tour blijft zo onvoorspelbaar. Er kan onderweg van alles gebeuren. Lastig hoor. Ik ben geen insider en heb geen verstand van technische details, ik kijk gewoon en geniet ervan. Voor mij zijn het helden, die renners. Iedereen mag winnen, ze hebben zo veel power. Ik heb er echt bewondering voor. Soms zie je ze zelfs lopend met de fiets op de nek omhooggaan, waanzinnig.’ Ik lees er ook graag over,’ vervolgt hij. ‘Tim Krabbé, De renner. Machtig mooi boek is dat, echt een aanrader. Maar nu moet ik weer verder, salut!’