Outsiders (M/V)

WK wielrennen: De 5 grootste verrassingen ooit

Praat mee!

Getty Images

Getty Images

Een wereldkampioen wielrennen is meestal een grote naam, maar niet altijd. Volgende week worden in Montréal de nieuwe regenboogtruien verdeeld, en Tadej Pogacar staat er dit jaar niet aan de start. Dat opent de deur voor een verrassing. Hoe groot kan die worden? De geschiedenis laat zien dat de trui soms belandt bij iemand die niemand op de rekening had, bij de mannen én bij de vrouwen.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen. Abonneren op Bicycling magazine of losse nummers kopen doe je in onze shop!

De 5 grootste verrassingen bij de mannen

1. Harm Ottenbros, 1969: opgeroepen als invaller, wereldkampioen in Zolder

Harm Ottenbros stond niet eens in de selectie. Door ziekte van Tourwinnaar Jan Janssen kwam er op het laatste moment een plek vrij, en die ging naar een redelijk anonieme renner uit Alkmaar.

Het WK in Zolder had het WK van Eddy Merckx moeten worden. Maar de Belgen reden tegen elkaar, Merckx stapte in de laatste ronde voor eigen publiek af, en niemand lette op twee outsiders: de Belg Julien Stevens en Ottenbros. In de sprint met z'n tweeën won de Nederlander, met nog geen twintig centimeter verschil.

De regenboogtrui werd geen zegen. Het peloton reed tegen hem, hij kampte met blessures en in 1976 stopte hij gedesillusioneerd, volgens de overlevering door zijn racefiets van de Zeelandbrug te gooien.

2. Joop Zoetemelk, 1985: de oudste wereldkampioen van zijn tijd

Joop Zoetemelk was geen onbekende; hij had in 1980 de Tour gewonnen. Maar in 1985 was hij 38 en rekende niemand hem nog tot de kanshebbers.

Toch won hij, en werd hij de oudste wereldkampioen op de weg ooit, op 38 jaar en 272 dagen. Dat record hield bijna veertig jaar stand, en het werd pas gebroken door een andere Nederlander, verderop in deze lijst.

Het is het bewijs dat leeftijd in deze sport minder zegt dan we denken, iets wat we uitzochten in ouwe lullen versus jonge honden, waarin leeftijd niet het probleem blijkt.

3. Rudy Dhaenens, 1990: dertien profzeges en toch de trui

Het WK van 1990 in het Japanse Utsunomiya was het eerste en tot nu toe enige WK op de weg in Azië, en de uitslag was net zo onverwacht als de locatie.

De Belg Rudy Dhaenens haalde in tien profjaren slechts dertien overwinningen. In de finale reed hij weg met landgenoot Dirk De Wolf, die al meer dan tweehonderd kilometer in de aanval zat. Ze spraken af het in de sprint uit te maken, en Dhaenens won.

Acht seconden later kwam een groep binnen met Gianni Bugno, Greg LeMond, Sean Kelly, Laurent Jalabert en Miguel Indurain. Het verhaal kreeg een tragisch vervolg: in 1992 moest Dhaenens stoppen vanwege hartproblemen, en in 1998 kwam hij om bij een auto-ongeluk.

4. Igor Astarloa, 2003: de knecht die de kopman voorbijreed

In Hamilton reed Spanje voor Oscar Freire. Igor Astarloa was dat jaar doorgebroken met winst in de Waalse Pijl, maar hij was niet de man voor wie gereden werd.

In een grote kopgroep met Paolo Bettini, Peter van Petegem en Michael Boogerd opende Astarloa het bal. Niemand wilde de kastanjes voor Freire uit het vuur halen, en de Bask fietste verbazingwekkend eenvoudig naar de trui. Ploeggenoot Alejandro Valverde werd tweede en had meer zin om te huilen dan om te lachen.

Het jaar erna kwam Astarloa nauwelijks nog vooruit.

5. Mads Pedersen, 2019: 23 jaar oud in de stromende regen

Yorkshire, 2019. De favorieten heetten Mathieu van der Poel, Peter Sagan, Julian Alaphilippe en Philippe Gilbert. Het werd een kletsnat en ijskoud WK dat de favorieten een voor een uitschakelde.

Gilbert viel en stapte in tranen af. Van der Poel zat lang voorin, maar kreeg in de slotronde een hongerklop en finishte ruim tien minuten achter. Wie overbleef, was een 23-jarige Deen die Matteo Trentin en Stefan Küng klopte in een sprint met drie.

Volgens de UCI zelf was Pedersen de eerste Deen ooit die de wegwedstrijd bij de mannen won. Hoe zwaar het weer een koers kan bepalen, lees je in fietsen in de regen, hoe erg is dat voor je wedstrijd.

Getty Images© Getty Images

De 5 grootste verrassingen bij de vrouwen

1. Amalie Dideriksen, 2016: twintig jaar en sneller dan Kirsten Wild

In Doha had Nederland één plan: sprint met Kirsten Wild. Wild was de aangewezen afmaakster, en de vlakke woestijnwegen leken voor haar gemaakt.

Maar in de massasprint was een twintigjarige Deense sneller. Amalie Dideriksen klopte Wild en de Finse Lotta Lepistö. Zelf zei ze later dat de titel als een grote verrassing kwam, voor haar en voor iedereen om haar heen. Ook zij kreeg de rekening daarna: ze vertelde dat ze lang worstelde met de verwachtingen die bij de trui hoorden.

2. Chantal Blaak, 2017: gevallen, gescheurd, en toch de trui

In Bergen ging alle aandacht naar Annemiek van Vleuten, net wereldkampioen tijdrijden, en olympisch kampioen Anna van der Breggen. Chantal Blaak was er om te werken.

Ze was eerder in de koers nog gevallen. Toch demarreerde ze op ongeveer acht kilometer van de streep uit de kopgroep. De twee topfavorieten controleerden de achtervolging, en Blaak soleerde met een scheur in haar broek en stof op haar shirt naar de wereldtitel.

Het was de ultieme ploegzege: de knecht die mocht gaan, omdat de kopmannen achter haar de deur dichthielden.

3. Elisa Balsamo, 2021: de sprintster die Vos klopte

In Leuven kwam het na een zinderende finale neer op een sprint van een kleine groep. Marianne Vos, drievoudig wereldkampioen, zat in het wiel van de 23-jarige Italiaanse Elisa Balsamo.

Even leek Vos eroverheen te komen, maar ze miste de laatste punch. Balsamo won, Vos werd tweede. Minder een schok dan de anderen in deze lijst, maar een jonge sprintster die in Vlaanderen de grootste renster van haar generatie klopt, was voor weinigen een voorspelling.

4. Annemiek van Vleuten, 2022: met een gebroken elleboog

Annemiek van Vleuten viel enkele dagen voor de wegwedstrijd in Wollongong en brak haar elleboog. Dat ze startte was al een verrassing. Ze kon naar eigen zeggen niet uit het zadel en had het de hele dag loodzwaar.

In de slotkilometer sloten de achtervolgers aan, en toen deed ze het onverwachte: ze verraste de concurrentie met een aanval van achteruit en hield stand.

Met haar 39 jaar en 351 dagen nam ze het record van oudste wereldkampioen op de weg over van Joop Zoetemelk. Twee Nederlanders, allebei boven de 38, allebei in deze lijst.

5. Magdeleine Vallières, 2025: de Canadese outsider

De meest recente verrassing is ook de meest actuele. Vorig jaar in Kigali ging de wereldtitel naar Magdeleine Vallières van EF Education-Oatly, een naam die vooraf in geen enkel favorietenlijstje stond.

Wat haar verhaal dit jaar extra lading geeft: het WK van 2026 wordt verreden in haar eigen land. Vallières start in Canada als regerend wereldkampioene. Wie er verder als kanshebber wordt gezien, lees je in onze favorieten voor het WK tijdrijden bij de vrouwen.

Wat betekent dit voor jou

  • De favoriet wint vaker níet dan je denkt. Van de tien winnaars hierboven stond er geen enkele bovenaan het favorietenlijstje. Een eendaagse koers is een loterij met benen.
  • Wie niet wordt gecontroleerd, kan winnen. Ottenbros, Astarloa en Blaak wonnen allemaal omdat de grote namen naar elkaar keken. In je clubrit werkt het precies zo.
  • Weer verandert alles. Pedersen won omdat de kou en de regen sterkere renners sloopten. Een rit in de regen vraagt iets anders dan een rit in de zon.
  • Leeftijd is geen excuus. Zoetemelk en Van Vleuten wonnen allebei na hun achtendertigste. Wat je traint telt zwaarder dan je geboortejaar.
  • Samen kom je verder. Dhaenens en Blaak werden wereldkampioen omdat een ploeggenoot de deur voor hen dichthield. Op je zondagsrit is dat niet anders. Alles over het kampioenschap in Montréal vind je in ons dossier wielrennen.

Zaterdag 26 en zondag 27 september weten we of er nieuwe namen op deze lijst bijkomen.