WK wielrennen Montréal: Zo zwaar is dit parcours voor jou
Getty Images

Het WK wielrennen in Montréal is voor de mannen een slijtageslag van 273,7 kilometer met twaalf rondjes over de Mont Royal en ruim 3.800 hoogtemeters. Zonder Tadej Pogačar, die na zijn val in La Vuelta als supporter naar Canada reist, lijkt de titel te gaan naar wie na zes uur koers nog het meeste over heeft: Remco Evenepoel, Isaac del Toro, Paul Seixas of toch Mathieu van der Poel? Maar wat maakt dit parcours zo zwaar, en hoe zou jij het er als gewone wielrenner van afbrengen?
Wie wil weten wie zondag de grootste kans maakt, leest onze voorbeschouwing op de WK-wegrit in Montréal. In dit stuk kijken we naar de berg zelf: wat vraagt dit parcours van het lichaam?
Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen. Abonneren op Bicycling magazine of losse nummers kopen doe je in onze shop!
Het parcours: 100 kilometer vlak, dan twaalf keer de Mont Royal
De wegrit voor elitemannen start op zondag 27 september in Brossard, ten zuiden van Montréal. Volgens de UCI is de wedstrijd 273,7 kilometer lang, met 3.803 hoogtemeters. Het is het eerste WK in Montréal sinds 1974, toen Eddy Merckx er de wereldtitel pakte. De eerste ruim honderd kilometer door de Montérégie zijn vlak. Bondscoach Serge Pauwels vergeleek die aanloop tegenover Sporza met "de eerste twee uur van Milaan-Sanremo". Daarna begint het echte werk: twaalf rondes van 13,4 kilometer over de Mont Royal, met elk 269 hoogtemeters.
Reken even mee: 12 × 269 meter is al 3.228 meter klimmen op het slotcircuit alleen. En dat over ruim 160 kilometer circuit, waarop een ronde naar schatting zo'n twintig minuten duurt. Meer over het WK, de tijdritten en de uitslagen vind je op onze pagina met alle nieuws en uitslagen van het WK wielrennen 2026.
Drie klimmen per ronde, bijna geen plek om te herstellen
Per ronde krijgen de renners drie hellingen voor de kiezen, plus een oplopende finish:
- Côte Camillien-Houde: de langste klim, ongeveer 1,7 tot 1,8 kilometer à 7,4 tot 8 procent.
- Chemin de la Polytechnique: 780 meter à 6 procent, met een muurtje van zo'n 200 meter à 11 procent.
- Avenue Pagnuelo: ruim 500 meter à 7,5 procent.
- Avenue du Parc: een vals plat van 600 meter à gemiddeld 4 procent naar de finish.
Een eerlijke kanttekening: de bronnen zijn het niet helemaal eens over de exacte cijfers. Sporza noemt voor de Camillien-Houde 1,7 kilometer à 7,4 procent, WielerFlits 1,8 kilometer à 8 procent en de UCI rekent in een eerder persbericht met een langere versie van 2,3 kilometer à 6,2 procent. Dat komt vooral door waar je de klim laat beginnen. Voor het karakter maakt het weinig uit: het is een klim van vier minuten, twaalf keer op rij.
Het venijn zit in de afdalingen en de korte stukken ertussen. "Veel tijd om te herstellen van de inspanning is er niet", concludeert Sporza. WielerFlits spreekt van een parcours met "minimal recovery opportunities", dat klimmers meer ligt dan klassieke allrounders.
Zoveel watt vraagt de Camillien-Houde van een prof
Een goede graadmeter is de GP de Montréal van begin september, die grotendeels over hetzelfde circuit ging en werd gewonnen door Isaac del Toro, meldt WielerFlits. Volgens de analyse van wielerjournalist Zach Nehr trapte Quinn Simmons daar op de voorlaatste beklimming van de Camillien-Houde 535 watt, oftewel 7,4 watt per kilo, gedurende net geen vier minuten. Dat is een inspanning boven het omslagpunt van vrijwel elke profrenner. Op het WK moet dat niet één keer, maar in de finale meerdere keren achter elkaar.
Waarom de sterkste renner niet wint, maar de minst vermoeide
Het WK in Montréal wordt waarschijnlijk niet beslist door wie de hoogste piekwaarden heeft, maar door wie die waarden na zes uur koers nog kan halen. Sportwetenschappers noemen dat durability: hoe goed je vermogen overeind blijft naarmate de vermoeidheid oploopt.
De term kreeg bekendheid door een overzichtsartikel van Ed Maunder, Stephen Seiler en collega's in Sports Medicine uit 2021. Zij stelden dat klassieke tests, zoals een FTP- of VO₂max-test in uitgeruste toestand, maar een deel van het verhaal vertellen. Belangrijk is ook hoe snel en hoe sterk die waarden dalen tijdens lange inspanning.
De Nederlandse inspanningsfysioloog Teun van Erp liet met Dajo Sanders en Robert Lamberts zien hoe dat in het profpeloton uitpakt. In hun studie bij 26 profrenners over 85 seizoenen (Medicine & Science in Sports & Exercise, 2021) daalde het maximale vermogen van alle renners naarmate ze meer arbeid hadden verricht, gemeten tot 50 kilojoule per kilo lichaamsgewicht. Maar de succesvolste klimmers verloren op 5 en 20 minuten duidelijk minder vermogen dan hun minder succesvolle collega's.
Ter illustratie: voor een renner van 70 kilo is 50 kJ/kg zo'n 3.500 kilojoule. In een wegrit van ruim zes uur met 3.800 hoogtemeters zit een renner daar in de finale naar verwachting ruim boven. Hoeveel precies, weten we pas als de eerste vermogensdata na zondag naar buiten komen.
Eten is een wapen: 90 tot 120 gram koolhydraten per uur
Durability heeft veel te maken met brandstof. Als je koolhydraatvoorraad slinkt, kun je die harde inspanningen op de klim steeds slechter volhouden. Profploegen mikken daarom op fors meer koolhydraten dan een paar jaar geleden.
Volgens WielerFlits is 90 gram per uur inmiddels de basis in het peloton, en gaan renners bij zware inspanningen naar 100 tot 120 gram. Dat kan doordat een mix van glucose en fructose via verschillende transportroutes in de darm wordt opgenomen. Die aanpak gaat terug op onder meer het werk van Asker Jeukendrup, die in 2014 adviseerde om bij inspanningen langer dan 2,5 uur tot 90 gram per uur te gaan, met meerdere suikers.
Hoe zich dat vertaalt naar jouw eigen ritten, lees je in ons stuk over hoeveel koolhydraten je nodig hebt tijdens een lange fietsrit.
Zo zwaar zou dit parcours voor jou zijn
Om het verschil tastbaar te maken, rekenden we de Camillien-Houde door met een standaard natuurkundig fietsmodel. Uitgangspunt: een recreant van 75 kilo met een fiets van 8 kilo, klim van 1,7 kilometer à 7,4 procent, geen wind.
Renner | Vermogen | Watt per kilo | Geschatte tijd Camillien-Houde |
|---|---|---|---|
Prof (Simmons, GP Montréal) | 535 W | 7,4 W/kg | net geen 4 minuten (gemeten) |
Sterke clubrenner | 300 W | 4,0 W/kg | ca. 6,5 minuten (berekend) |
Gemiddelde recreant | 225 W | 3,0 W/kg | ca. 8,5 minuten (berekend) |
Berekening Bicycling.nl. Bij de prof leverde ons model ook ongeveer 3,9 minuten op, wat aansluit bij de gemeten waarde. De tijden voor de recreanten zijn schattingen: rolweerstand, positie en de exacte start van de klim bepalen de uitkomst mee.
Een gemiddelde recreant doet er dus ruim twee keer zo lang over, en dat bij een inspanning die voor hem of haar ook al zwaar is. Twaalf keer. Na honderd kilometer aanloop. Het hele WK-parcours zou voor de meeste hobbyrenners een dag van tien uur of meer in het zadel betekenen. Dat is een grove schatting, maar het laat zien in welke orde van grootte de profs zondag rijden.
Wil je het zelf proberen? Volgens WielerVerhaal is het WK-circuit ook virtueel te rijden via MyWhoosh.
Wat betekent dit voor jou als wielrenner?
Je hoeft geen 535 watt te trappen om iets van dit WK te leren. De principes die zondag de wereldtitel bepalen, gelden ook voor jouw lange rit of cyclosportieve.
1. Train op vermoeidheid, niet alleen op frisheid
Doe af en toe je intervallen aan het eind van een lange rit, in plaats van aan het begin. Zo train je precies wat Van Erp en collega's bij de beste profs zagen: vermogen vasthouden als je al uren onderweg bent.
2. Train herhaalde klimmen van vier tot acht minuten
Het WK-circuit draait om steeds dezelfde klim van een paar minuten, met weinig herstel. Onze drie klimtrainingen op wattage helpen je om sterker en gelijkmatiger bergop te rijden.
3. Doseer, want de eerste ronde is de gevaarlijkste
Op een rondjeskoers is de verleiding groot om de eerste klim te hard op te rijden. Kies een vermogen of hartslag die je ook in ronde vijf nog kunt halen. Ben je wat zwaarder gebouwd, dan helpen de tips uit ons stuk over klimmen als zwaardere fietser.
4. Eet vanaf het eerste uur
Wacht niet tot je honger krijgt. Voor ritten langer dan drie uur is 60 tot 90 gram koolhydraten per uur een realistisch doel voor veel recreanten, als je je maag daar rustig aan laat wennen. De 120 gram van de profs is iets om op te bouwen, niet om op zondag ineens te proberen.
Zondag zien we wie het beste is voorbereid op de Mont Royal. De kans is groot dat het niet de renner is met de hoogste piek, maar degene die in de laatste ronde nog het meeste over heeft.














