Gezondheid

Word je een betere renner van afzien in kou en regen?

NL Beeld / Abaca Press

NL Beeld / Abaca Press

Koude regen, natte wegen en verkleumde renners: de etappe van gisteren in Parijs-Nice was er eentje die het peloton niet snel zal vergeten. De omstandigheden waren ronduit erbarmelijk en dat was aan alles te zien.

Zelfs etappewinnaar Jonas Vingegaard kwam moegestreden over de streep. Met de bretels van zijn lange broek zichtbaar over zijn shirt, een combinatie die waarschijnlijk geen nieuwe modetrend wordt, en aan een duidelijk ingevallen gezicht was te zien hoe zwaar de dag was geweest. Het hele peloton had zichtbaar geleden.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Het afzien in Parijs-Nice roept een interessante vraag op: word je eigenlijk een betere renner van zulke heroïsche dagen in kou en regen? Of is het verstandiger om in extreme omstandigheden af te stappen en het lichaam te sparen?

Afzien hoort bij wielrennen

Wie wielrennen zegt, zegt afzien. Regen, wind, kou, hitte, het hoort allemaal bij de sport. Juist omdat wedstrijden onder zulke uiteenlopende omstandigheden plaatsvinden, moeten renners daar ook tegen bestand zijn.

Trainen en koersen in slecht weer kan daarom zeker voordelen hebben. Je lichaam leert omgaan met extra stress: je verbrandt meer energie om warm te blijven, je spieren moeten blijven functioneren terwijl je afkoelt en mentaal moet je een extra drempel over.

Dat soort dagen bouwen weerbaarheid op. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal. Renners leren dat ze meer aankunnen dan ze misschien dachten.

Maar er zit een grens aan

Toch betekent dat niet dat extreem afzien altijd goed is. Kou en regen vormen namelijk ook een extra belasting voor het lichaam. Je energieverbruik stijgt flink omdat je lichaam constant probeert warm te blijven. Tegelijkertijd eten en drinken renners vaak minder in slecht weer, simpelweg omdat ze het koud hebben of omdat het lastiger is.

Het gevolg: een grotere kans op onderkoeling, uitputting of een flinke tik voor het immuunsysteem. Na zulke dagen zijn renners vaak vatbaarder voor ziekte en hebben ze meer tijd nodig om te herstellen.

En dat kan weer gevolgen hebben voor de rest van hun trainings- of wedstrijdprogramma.

Afstappen is soms ook slim

In het moderne wielrennen wordt steeds vaker pragmatisch gedacht. Als een renner geen rol meer speelt in het klassement en volledig door zijn energie heen zit, kan afstappen soms simpelweg de verstandigste keuze zijn.

Het lichaam spaart energie, de kans op ziekte wordt kleiner en de renner kan zich richten op de volgende koers. Zeker in een lange wedstrijdperiode kan dat uiteindelijk meer opleveren dan koste wat kost de finish halen.

De balans tussen hardheid en herstel

De waarheid ligt, zoals zo vaak, ergens in het midden. Af en toe een heroïsche dag in de kou kan je als renner sterker maken. Het leert je omgaan met omstandigheden waar je in wedstrijden nu eenmaal mee te maken krijgt.

Maar structureel tot het gaatje gaan in extreme omstandigheden is zelden een goed idee. Toprenners worden niet alleen beter door hard te trainen, maar vooral ook door slim te herstellen.

En misschien is dat wel de grootste les van een natte dag in Parijs-Nice: afzien hoort erbij. Maar weten wanneer het genoeg is, maakt uiteindelijk het verschil tussen kapot gaan en beter worden.

Word je een betere renner van afzien in kou en regen?