Wordt de wielersport overgenomen door roeiers?
© Getty Images

Roeien en wielrennen lijken op het eerste gezicht twee totaal verschillende sporten. De ene vindt plaats op het water, de andere op het asfalt. Toch delen beide disciplines een belangrijke overeenkomst: succes wordt bepaald door langdurig extreem hoge wattages te leveren. Dat verklaart waarom roeiers het ook zo goed doen op de fiets. Amber Kraak maakte de stap van de roeiboot naar de Tour de France Femmes, terwijl olympisch roeister Ymkje Clevering recent bewees dat ook op de fiets haar conditie indrukwekkend is met een vijfde plaats op het NK tijdrijden.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Van WK roeien naar de Tour
Amber Kraak bewandelde een bijzondere route naar de wielertop. Ze maakte jarenlang deel uit van de Nederlandse roeiselectie en won onder meer een bronzen medaille op het WK onder 23 jaar. Pas op 25-jarige leeftijd besloot ze zich volledig op het wielrennen te richten. Binnen enkele jaren schopte ze het tot de WorldTour en inmiddels rijdt ze voor FDJ-SUEZ, waar ze een belangrijke rol vervult in de ploeg van Demi Vollering, waaronder tijdens de Tour de France Femmes.
Haar ontwikkeling laat zien dat een overstap van roeien naar wielrennen helemaal niet zo onlogisch is. De fysieke basis die een roeier opbouwt, blijkt uitstekend aan te sluiten bij de eisen van het moderne wielrennen.
© Getty ImagesAmber Kraak tijdens haar tijdrit in de Tour de France Femmes 2026
Ymkje Clevering verrast op het NK tijdrijden
Dat werd onlangs opnieuw duidelijk tijdens het Nederlands kampioenschap tijdrijden. Olympisch roeister Ymkje Clevering, die vooral bekend is van de dubbeltwee, eindigde verrassend als vijfde tussen de gespecialiseerde wielrensters. Zonder jarenlange wielerervaring liet ze zien over een indrukwekkende wattages te beschikken.
Hoewel een tijdrit technisch verschilt van een roeiwedstrijd, draait het in beide disciplines om hetzelfde: gedurende langere tijd een zo hoog mogelijk vermogen leveren.
© Getty ImagesYmkje Clevering wint de 5e plek op het NK tijdrijden
De roeier die wereldkampioen werd op de fiets
Het meest extreme voorbeeld komt uit Duitsland. Jason Osborne, lichtgewichtroeier en later olympisch zilvermedaillewinnaar in de dubbeltwee, schreef in december 2020 geschiedenis door de allereerste officiële UCI-wereldtitel Esports te winnen. Op Zwift, in de virtuele wereld Watopia, versloeg hij over vijftig kilometer een deelnemersveld waarin WorldTour-renners als Rigoberto Urán en Victor Campenaerts meereden. Osborne werd op de slotklim gelanceerd door landgenoot Jonas Rapp en kwam solo aan, met minder dan twee seconden voorsprong op de Deen Anders Foldager.
Het was de eerste keer dat een olympische sportfederatie een esports-wereldtitel officieel erkende, en die titel ging dus naar iemand die zijn motor in een roeiboot had gebouwd. Osborne had de wedstrijd bovendien bewust uitgekozen als etalage: hij wilde de aandacht trekken van profploegen. Dat lukte. Kort daarna reed hij als stagiair mee bij Deceuninck-Quick-Step, en sinds 2023 is hij prof bij Alpecin. In latere edities pakte hij de esports-wereldtitel nog meerdere keren.
Dus waarom zijn roeiers zo goed op de fiets?
Dat roeiers vaak hard fietsen is geen toeval. Deze atleten behoren tot de sporters met de hoogste VO₂-max-waardes ter wereld en trainen dagelijks op duurvermogen. Door jarenlange training ondergaan spieren specifieke aanpassingen. Spiercellen worden efficiënter in het produceren van energie doordat het aantal en de grootte van mitochondriën toenemen. Daarnaast verbeteren roeiers hun lactaatverwerking. Tijdens zware inspanning ontstaat lactaat wanneer de energieproductie deels anaerobe routes gebruikt. Goed getrainde duursporters kunnen lactaat sneller verwijderen en opnieuw gebruiken als brandstof. Dit helpt om langer rond een hoge intensiteit te blijven rijden.
Beide sporten vragen om een uitzonderlijk groot aerobe uithoudingsvermogen. Een roeier moet tijdens een race van ongeveer zes minuten vrijwel continu een zeer hoog vermogen leveren. Een tijdrit is daarom misschien wel de meest logische wielerdiscipline voor een roeier. Er is geen peloton om energie te sparen, geen tactisch spel en geen mogelijkheid om te herstellen achter andere renners. De winnaar is degene die zijn fysiologische capaciteit het beste kan benutten.
>>> Lees ook: Beter klimmen? Stop met fietsen, ga roeien
Toch zijn er ook verschillen
Een goede roeier is niet automatisch een topwielrenner. Wielrennen vraagt om veel meer dan alleen een grote motor. Bochtentechniek, afdalen, positioneren in het peloton en tactisch inzicht zijn vaardigheden die jaren kosten om onder de knie te krijgen.
Osborne heeft dat verschil zelf meermaals benoemd: hij beschikt over een enorme motor, maar juist het positioneren en het manoeuvreren in het peloton, de dingen die op de weg het verschil maken, spelen bij virtueel racen een veel kleinere rol. Zijn stap naar de weg verliep dan ook minder spectaculair dan zijn wereldtitel indoor.
Juist daarom is de ontwikkeling van Amber Kraak zo indrukwekkend. Zij moest niet alleen haar conditie meenemen naar de fiets, maar ook alle technische en tactische aspecten van het wielrennen leren. Inmiddels behoort ze tot de vaste waarden in het WorldTour-peloton.
>>> Lees ook: De wijze les die schaatsers aan fietsers kunnen leren
Gaan roeiers de wielersport overnemen?
Dus nee, we hoeven niet te vrezen dat de volgende Tour standaard wordt gewonnen door een roeister die gisteren nog in de boot zat. De roeisport levert een goede motor, maar een grote ronde vraagt meer dan alleen vermogen: drie weken koers, tactiek, herstel en wielerspecifieke vaardigheden maken het verschil.













