Yelle Tieleman en Jens Olde Kalter: Partners in crime
Dirk-Jan van Dijk

Ze schrijven over kroongetuigen en georganiseerde misdaad, dossiers vol gevaar en geheimen. Op de fiets vinden ze een zeldzaam moment van vrijheid: kilometers maken om het hoofd leeg te krijgen, strategieën te bespreken en af te schakelen van de druk van hun werk. In de rubriek Fietsmaatjes uit Bicycling Magazine #5 2025: Misdaadverslaggevers Yelle Tieleman en Jens Olde Kalter.
Zetten jullie jullie ritjes eigenlijk op Strava?
Jens: ‘Ik snap waar je naartoe wilt. Wij schrijven over kroongetuigen, georganiseerde misdaad. Hoe minder informatie er openbaar is, hoe veiliger we zijn. Mensen die ons echt willen vinden, doen dat toch wel. Op Strava hoef je niet veel moeite te doen om te weten te komen waar iemand globaal woont.’
Yelle: ‘Je kunt je profiel op privé zetten en dat hebben wij beiden. Je bepaalt zelf wie je toelaat.’
Jens: ‘Wie het echt wil weten, belt zijn nicht op het stadsdeelkantoor en dan heb je een adres.’
Kennen jullie geen angst wat dat betreft?
Yelle: ‘Niet voor Strava, nee.’
Jens: ‘Als Amerikaanse militairen in Afghanistan gingen rennen, zetten ze dat op Strava. Daardoor wist de vijand precies waar en hoe laat ze gingen lopen. Dan is het niet moeilijk meer om daar een mortier op af te schieten.’
Yelle: ‘In Oekraïne hetzelfde, daar hebben ze zo een Russische legerleider weten uit te schakelen. Wat ik dan weer jammer vind van de privémodus in Strava, is dat mijn goede tijden niet terug te zien zijn in de klassementen. Zeker nu ik goed fiets.’
Jens: ‘Vroeger maakte hij daar nooit een probleem van.’
Ik ben geen misdaadkenner, maar klopt het dat Willem Holleeder ook fietste?
Yelle: ‘Na het verkrijgen van het losgeld zijn ze samen op twee racefietsen van Zeist naar Amsterdam gegaan.’
Jens: ‘Dat staat dan weer niet op Strava. Cor van Hout was een wielrenner volgens mij.’
Hoe kennen jullie elkaar?
Yelle: ‘Uit het veld, denk ik.’
Jens: ‘Bij de rechtbank in Utrecht, zo’n tien jaar geleden. Yelle was lokale verslaggever. We kwamen elkaar vaker tegen, werkgerelateerd.’
Yelle: ‘Het eerste verhaal dat we samen deden was meteen een dikke beuker, over kroongetuige Tony de G.’
Ontdekten jullie meteen de gedeelde liefde voor de fiets?
Jens: ‘Ik fiets nu ongeveer tien jaar. Het begon door schaatsen, toen keek ik alleen maar naar fietsen, maar ben volledig verslaafd geraakt. Fietsen werd een uitlaatklep in een drukke periode vol onrust. Op de fiets ontstonden plannen en ideeën voor samenwerking. ’
Yelle: ‘De fiets werd ons bindmiddel, een rijdend kantoor. We praten veel over hoe je journalistieke dilemma’s aanpakt.’
Jens: ‘Als de telefoon uitstaat, kun je ongestoord praten tussen de weilanden. En je komt nog eens ergens. Dat blijft mooi. Net nog, toen we wegreden. We kwamen dwars door een mistbank, rechtstreeks de zon in. Heerlijk.’
Hoeveel fietsen jullie eigenlijk?
Yelle: ‘Tegenwoordig best veel. Ik zit rond de tien, elf uur per week.’
Jens: ‘Daar kom ik niet aan. Al heb ik tot de zomer voor mijn doen meer gereden dan normaal, bijna drieduizend kilometer. Yelle zit op elfduizend. Ik moet mijn tijd verdelen tussen het asfalt en de sportschool. En ’s winters met de ijsbaan erbij.’
Yelle: ‘Moet ik er wel bij zeggen dat dit mijn dikste jaar ooit is. Ik ga volgend jaar The Ride rijden, dus ik blijf ook in de winter doortrainen.’
Yelle, jij komt uit Limburg. Heb je altijd gefietst?
Yelle: ‘Ja, vanaf een jaar of veertien, vijftien. Ik kreeg toen een oud racefietsje. Tijdens mijn studietijd in de Randstad ging ik voetballen. In dat team zat een jongen die veel fietste, zo begon ik opnieuw. Maar de laatste jaren was ik aan het jojoën met mijn gewicht, mede door de drukte op werk. Toen in 2023 mijn tweede boek uitkwam, dacht ik: nu moet het echt anders. Ik ben mijn levensstijl serieus gaan aanpassen, en zo is de fiets er ook weer ingekomen.’
Fietste je een tijd helemaal niet?
Yelle: ‘In mijn ongezondere periode fietste ik nog wel, maar niet veel. Misschien duizend kilometer per jaar. Een enorm verschil met nu.’
Jens: ‘Hij verdient echt een groot compliment. Dit is een prestatie van de buitencategorie. Ik ben ook parttime fitnesstrainer, en ik weet: er zijn maar weinig mensen die op eigen houtje, zonder valsspelen, dit bereiken.’
Yelle: ‘Het gaat om zesendertig kilo.’
Jens: ‘En dan niet terugvallen, dat is heel moeilijk. De fiets was voor hem een enorme steun.’
Yelle: ‘Het gaat niet alleen om sporten; ik eet gezonder, drink minder, pak meer rust. Daar hebben we op de fiets vaak over gepraat: hoe train je goed, hoe belangrijk is slaap, wat doet alcohol met je.’
Jens: ‘Ik weet nog dat ik op een boekpresentatie tegen hem zei dat hij een aardig reservewiel aan zich had hangen. ‘Kom op, bolle. Niet alleen achter die typemachine zitten, je moet aan de bak.’ Ik ben nogal een datagek, dus ik had graag al zijn waardes op zijn dieptepunt gezien: bloeddruk, bloedsuiker, rusthartslag, Vo2Max. Dat vergelijken met nu zou indrukwekkend zijn geweest. Dit gaat hem nog jarenlang veel opleveren.’
Hoe zien jullie gezamenlijke trainingen er uit?
Yelle: ‘In het begin is het altijd kleppen. En deze keer wilden we niet bezweet bij de fotograaf aankomen. De laatste acht kilometer naar hier hebben we het gas opengetrokken.’
Jens: ‘Dan gaat hij dus op kop en ik erachter.’
Yelle: ‘Het ging tweeënveertig kilometer per uur. Dat kost mij tegenwoordig niet veel, vroeger zou ik helemaal in het rood zijn gegaan. Nu heb ik een gecontroleerde hartslag. Honderd kilometer brak me voorheen op, nu doe ik het soms twee keer per week.’
Dat vraagt om discipline.
Yelle: ‘Zeker de uren die ik op zolder met Zwift heb gemaakt. Het grote doel afgelopen jaar was Stelvio di Kika. Op één dag de Mortirolo, Gavia en Stelvio. Ik reed er mijn hoogste wattages ooit, terwijl ik niet echt het postuur van een klimmer heb.’
Jens: ‘Met iets meer trainen zou ik mee kunnen, maar eerlijk gezegd: ik vind het mooi dat hij onze onderlinge verhoudingen heeft omgedraaid. Daar ben ik completely fine mee.’
Yelle: ‘Ik heb veel aan Jens gehad. Een superfitte gast die discipline ademt. Hij verliest zich in wetenschappelijke publicaties en maakt zich dat eigen. Zelf heb ik die interesse niet tot achter de komma, maar door onze gesprekken pik ik eruit wat voor mij belangrijk is.’
Toch nog even over jullie misdaadavonturen…
Yelle: ‘We komen soms in heel rare situaties terecht.’
Jens: ‘Er schiet me opeens iets te binnen.’
Vertel!
Jens: ‘Als de locatie maar niet genoemd wordt in het blad. Maar ik ben ergens met een pruik naar binnen gegaan, en Yelle met een gekke muts.’
Yelle: ‘Het was een belangrijke afspraak en er was genoeg reden om te denken dat we in de gaten gehouden werden.’
Jens: ‘Kunnen we dit eigenlijk wel vertellen?’
Yelle: ‘Ik schets het wel. Er waren aanwijzingen dat boeven keken wie naar binnen ging. Daar moesten we rekening mee houden.’
Jens: ‘De plek was behoorlijk warm op dat moment. Ik ben vaak op televisie geweest, dat helpt niet mee. Je weet nooit wie je wel of niet herkent.’
Yelle: ‘We kennen voorbeelden van criminelen die met een vishengel camera’s ophangen of vanuit een auto observeren. Dat klinkt James Bond-achtig, maar het gebeurt. Het was gewoon een onrustige periode.’
Word je daar niet paranoïde van?
Yelle: ‘De boeven mogen gerust mijn FTP-waardes weten, maar verder liever niet.’
Jens: ‘Je wil absoluut niet dat je telefoon in verkeerde handen valt, ook niet bij justitie trouwens.’
Yelle: ‘Ik schrijf de laatste tijd veel over corruptie. Criminelen hebben corrupte contacten nodig. Als ze een adres willen, krijgen ze dat wel.’
Jens: ‘Die illusie hoef je niet te hebben. En je moet oppassen dat je dingen normaal gaat vinden die dat helemaal niet zijn. Er waren tijden dat het zo onrustig was dat ik dacht: moet ik mijn buurman vragen zijn auto te veranderen, omdat die exact hetzelfde model en kleur had als de mijne?’
Dan kom je bij vergismoorden.
Jens: ‘Ja, dat bedoel ik. Op een gegeven moment word je altijd alert. Je ziet alles. Dealers die in je straat rondhangen. Drugsdeals vanuit auto’s. Mijn vrouw zei weleens: waar kijk je nou naar? Ik: zie je dat nou echt niet?’
Yelle: ‘Wij zitten anders in de auto dan een gemiddelde Nederlander. We checken altijd de binnenspiegel, nemen een rotonde desnoods vier keer.’
Jens: ‘Soms komt het heel dichtbij. In de heetste periode ooit bleek het schattige klasgenootje van mijn kind het zoontje van een serieuze crimineel. Toen ik die vader op het schoolplein ontmoette, wisten we het allebei meteen. Maar we praatten over slapeloze nachten en poepluiers, net als met elke andere ouder.’
Op de fiets ben je daar even vrij van?
Yelle: ‘Soort van wel, ja.’
Jens: ‘In fietsgroepen maken ze er grappen over: heb je wel een kogelvrije helm op? Maar er is serieus een periode geweest dat ik dacht: ze kunnen me ook tijdens het fietsen van de weg rijden en het op een ongeluk laten lijken.’
Yelle: ‘Fietsen is voor mij vooral een manier om het hoofd leeg te maken. Als ik ergens vastloop, valt tijdens het trappen vaak het kwartje.’
Hebben jullie nooit gedacht: weg uit de misdaadjournalistiek?
Jens: ‘De laatste jaren doe ik het rustiger aan. Ik ben freelancer, en ik heb veel andere interesses: sport, gezondheid. Niet ‘hoe word je zo oud mogelijk’, maar: ‘hoe word je zo prettig mogelijk oud.’ Fascinerend onderwerp. Ik word ouder, heb artrose in beide enkels. Mijn hart werkt gelukkig nog, maar één belangrijke ader zit deels verstopt. Dat is zorgwekkend. Een oud-collega is pas overleden aan een hartinfarct. Wereldwijd killer nummer één.’
Yelle: ‘Houdt je dat veel bezig?’
Jens: ‘Zeker. Ik ga er een podcast over maken met de Hartstichting: De hartgrens van Jens. Ik wil meer bewustwording creëren. Want het komt veel te vaak voor dat mensen gewoon omvallen. En als je het overleeft, houd je bijna altijd schade.’
Waarom is er zo weinig aandacht voor hartproblemen?
Jens: ‘Omdat het plotseling gebeurt. Boem, voorbij. Iedereen verdrietig, maar ook: iedereen gaat door. Er is geen zichtbaar ziektebeeld zoals bij kanker. Toch overlijden er meer vrouwen aan een hartinfarct dan aan borstkanker. Niet dat het een wedstrijd is, maar het zegt wel iets.’
Yelle: ‘En er is vaak relatief veel aan te doen.’
En dan zijn we weer bij de fiets.
Yelle: ‘Voor mij was dat ook het omslagpunt. Ik keek in de spiegel en dacht: dit gaat zo niet langer. De woorden van Jens zaten in mijn hoofd: je bent nog jong, je kan het tij nog keren. Dat heb ik in mijn oren geknoopt.’
Jens: ‘We hebben toen niets gemeten, dus ik weet niet of hij al richting diabetes ging. Maar met zijn stress, overgewicht en hoge bloeddruk was het een kwestie van tijd.’
Yelle: ‘Er kwam toen ook nog een zware rechtszaak bij.’
Jens: ‘En niet tegen de minste: Khalid Kasem en Royce de Vries. Dat maakte het allemaal nog pittiger.’
Yelle: ‘Het plezier in werk was even ver te zoeken. Gelukkig wonnen we de zaak.’
Jens:‘Ik zit daarom nu ook wat minder op het dagelijkse nieuws. Ik maak een misdaadpodcast en werk aan een documentaire over xtc in Nederland. Voor die docu moet ik veel in Brabant en Limburg zijn. Dan gaat mijn fiets natuurlijk mee. Soms gooi ik hem stiekem achter in de auto, zodat mijn vrouw het niet ziet. Kan ik er nog een middagje aan vastplakken. Maar ze weet dat natuurlijk allang.’
Zit je nou afgeschermd op Strava vanwege de criminelen of vanwege je vrouw?
Yelle: ‘Allebei, denk ik.’
Jens: ‘Het hangt in het midden.’
Yelle: ‘Nee hoor, het is vanwege zijn vrouw.’
Jens: ‘Wat Strava betreft ben ik banger voor mijn vrouw dan voor Willem Holleeder.’




