Zicht in het donker: Vanaf wanneer zie je echt minder?
Getty Images

Vorige week reed ik in het donker bijna over een stoeprand die daar al twintig jaar ligt. Ik ken die straat. Ik ken die rand. En toch zag ik hem pas toen mijn voorwiel er al bovenop stond. Mijn eerste gedachte was: slechte lamp. Mijn tweede, en die beviel me minder: misschien ligt het niet aan de lamp.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen. Abonneren op Bicycling magazine of losse nummers kopen doe je in onze shop!
Een man fotografeerde zijn eigen oog om dit te bewijzen
Er bestaat een Nederlandse verlichtingsdeskundige die dit zo zat was dat hij het maar even zelf heeft vastgelegd. Hij ging onder dezelfde lamp staan als een student van vierentwintig, maakte van allebei een foto van het oog, en zette ze naast elkaar. Links de student. Rechts zijn eigen oog, vierenzestig jaar oud. Het verschil zie je zonder uitleg. Zijn pupil gaat gewoon minder ver open.
Daar komt nog iets bij, en dat is nog fijner: je ooglens vergeelt. Niet een beetje, maar meetbaar. En omdat die vergeelde lens ook wat vertroebelt, verstrooit licht in alle richtingen en komt er een soort lichtsluier over je netvlies te liggen.
Tel die twee bij elkaar op en je krijgt het cijfer waar ik even stil van werd. Bij straatverlichting is het licht op het netvlies van een gemiddelde zeventigjarige gereduceerd tot zo'n 30 procent ten opzichte van een vijfentwintigjarige.
Dertig procent. Zelfde straat, zelfde lamp, zelfde stoeprand.
Vanaf wanneer dan?
Hier zou ik graag zeggen: vanaf je vijftigste. Dat leest lekker en het is onzin. Er is geen omslagpunt. Het is een geleidelijke lijn, en dat is precies waarom je het niet merkt. Je wordt niet wakker met slechtere ogen, je rijdt alleen elk jaar een fractie minder scherp door hetzelfde donker.
Wat wel houvast geeft: rond je veertigste wordt de ooglens stijver, wat zich eerst uit als ouderdomsverziendheid. In diezelfde periode gaat je pupil minder ruim open. En met de jaren reageert die pupil ook trager op veranderend licht, waardoor je sneller verblind raakt door felle lampen.
Dus als je rond je vijftigste denkt dat tegenliggers tegenwoordig feller zijn dan vroeger: ze zijn niet feller. Jij bent trager.
Je eerste vijf minuten zijn je slechtste
Dit is het stuk dat op elke leeftijd geldt en waar vrijwel niemand rekening mee houdt.
Volgens Het Oogziekenhuis Rotterdam zijn je ogen bij straatverlichting of maanlicht pas na ongeveer vijf minuten gewend aan het donker. Voor volledige activering van de staafjes in je netvlies moet je op een halfuur rekenen.Even doordenken. Je staat in een verlichte schuur je schoenen dicht te klikken, je stapt op, en dan rijd je vijf minuten lang met ogen die nog in de woonkamerstand staan. Precies de vijf minuten waarin je je wijk uit moet, langs geparkeerde auto's en kinderen op fatbikes.
'Je stapt op met ogen die nog in de woonkamerstand staan.'
Mijn stoeprand lag op ongeveer minuut drie. En er is nog iets waar iedereen last van heeft, jong en oud. Oogarts Martha Tjon legt uit dat je in het donker minder diepte ziet, omdat je pupil wijd openstaat.
Net als bij een cameralens: hoe wijder de opening, hoe kleiner de scherptediepte. Dat gat in het asfalt zie je dus niet alleen later, je ziet ook minder goed hóe diep het is.
Zien is iets heel anders dan gezien worden
En hier maken we allemaal dezelfde denkfout. Bijna alle fietsverlichting is gemaakt om jóu zichtbaar te maken. Dat is de wettelijke eis, dat is nuttig, en daarom hangen er aan de meeste fietsen lampjes die vooral goed opvallen.
Alleen: een lampje dat opvalt, legt de weg voor je niet open.
Als jij met de helft minder licht op je netvlies werkt dan twintig jaar geleden, heb je geen opvallender lampje nodig maar een lamp die daadwerkelijk schijnt. Welke dat zijn, zochten we uit in ons overzicht van de beste fietsverlichting. Dat is de eerlijkste aanpassing die er is: niet minder in het donker rijden, maar meer licht meenemen.
Wat betekent dit voor jou
- Sta twee minuten buiten voordat je opstapt. Doe je schoenen dicht op de stoep in plaats van in de schuur. Je ogen hebben minstens vijf minuten nodig, en die eerste minuten zijn je gevaarlijkste.
- Kijk bij tegenliggers naar de rechterrand van de weg. Daar is het minder fel, en zo houd je je donkeradaptatie grotendeels intact. Recht in de koplampen staren kost je seconden herstel die je niet hebt.
- Koop een lamp die de weg uitlicht, geen lamp die zwaait. Zeker boven je vijftigste. Zichtbaar zijn is het minimum, zien is het doel.
- Laat je ogen meten, ook als je overdag prima ziet. De sterkte die bij daglicht wordt gemeten kan in de schemering anders uitpakken. Dat heet nachtmyopie en het is gewoon te corrigeren.
- Die gele nachtbril: niet doen. Het Oogziekenhuis raadt hem expliciet af. Hij verkoopt fantastisch, hij staat stoer, en hij lost niets op.
- Word je opeens veel sneller verblind? Laat het nakijken. Dan is het geen ouder worden maar iets anders, en dat wil je weten. Meer over materiaal vind je in onze rubriek fietsen en spullen.
Op de fiets kost ouder worden je verrassend weinig, zoals we uitzochten in ouwe lullen versus jonge honden. Je benen leveren nauwelijks in, je longen doen het prima, je herstel valt mee. Alleen die twee dingen vooraan, die worden gewoon minder. En die kun je niet trainen.
P.S. Die stoeprand ligt er nog. Ik heb inmiddels een andere lamp.












