Zijn lichaams‑sensoren de volgende marginal gains?
PRO SHOTS / SIPA USA, Bewerking Bicycling

De nieuwste tech voor wielrenners belooft ongekende inzichten in je lichaam, maar levert het echt bruikbare informatie op, of is het slechts dataverzameling zonder echte waarde? Cycling Weekly onderzocht de opkomst van lichaams‑sensoren in de sport en vraagt zich af of ze een echte meerwaarde bieden voor prestaties.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
De hype rond body‑sensortechnologie
Tijdens de Tour de France 2025 fluisterden insiders over een klein sensortje dat veel etappewinnaars droegen: een apparaatje van het Zwitserse bedrijf Core dat je kernlichaamstemperatuur in realtime meet via huidtemperatuur, hartslag en warmteflux. Volgens de fabrikant wonnen renners met zo’n sensor liefst 17 van de 21 etappes en dat wekt natuurlijk nieuwsgierigheid in het peloton.
Het idee is verleidelijk: real‑time fysiologische data waarmee je kunt zien hoe je lichaam reageert op inspanning, warmte en stress. In theorie zouden zulke sensoren je kunnen helpen om je pacing, hydratatie en inspanning nog slimmer te doseren. Maar experts waarschuwen dat je goed moet begrijpen wat die data wélen vooral wat ze níet zeggen voordat je er acties aan verbindt. Zagen we zo'n sensor bij Tadej Pogacar in Strade Bianche?
Wat meten deze sensoren precies?
1 Kernlichaamstemperatuur
Een van de meest besproken toepassingen is het realtime meten van je kernlichaamstemperatuur via een sensor op je hartslagband. Studies tonen aan dat de moderne sensoren behoorlijk dicht bij de waarden van ‘gouden standaard’ thermistors zitten, met gemiddeld slechts 0,23 °C afwijking. Toch benadrukken fysiologiedeskundigen dat temperatuur op zichzelf weinig zegt zonder bredere context van cardiovasculaire belasting, omgevingsfactoren en inspanningsniveau.
Professor Mike Tipton waarschuwt zelfs dat als je geen duidelijk idee hebt van wat een bepaalde temperatuurschommeling voor jouw prestaties betekent, de meting vooral decoratief blijft. Bovendien beïnvloeden wind, regen en zonlicht de gemeten waarden, waardoor je snel verkeerde conclusies kunt trekken.
2 Zuurstof en ademhaling
Andere systemen proberen real‑time zuurstofgebruik en ventilatie te schatten, fysiologische indicatoren die nauw samenhangen met hoe efficiënt je aerobe energie produceert. Smartwatches meten tegenwoordig bijvoorbeeld zuurstofsaturatie en hart‑ en ademhalingsfrequentie, maar deze metingen zijn vaak inferieur aan laboratoriumtests. Volgens onderzoekers zijn ze nuttig voor trends, maar te onnauwkeurig voor kritische beslissingen op topniveau.
3 Hydratatie en zweetanalyse
Sensoren die hydratatie of zweetopbouw proberen te meten staan ook in de belangstelling. Het idee is aantrekkelijk: nooit meer gissen naar hoeveel je moet drinken omdat je precies ziet hoeveel je lichaamsvocht verliest. Maar experts waarschuwen dat sensoren die alleen zweetanalyse of elektrische signalen gebruiken niet altijd een volledig beeld geven van je totale lichaamshydratatie.
In bredere zin ondersteunen wetenschappelijke reviews het idee dat lichaams‑sensoren groeipotentie hebben in het meten van fysiologische reacties, maar dat er nog veel onderzoek nodig is om de impact op de totaalbeleving en prestaties van wielrenners te begrijpen.
Glucosemonitoring: van trend naar controverse
Een op sensor‑tech gebaseerde trend was het gebruik van continuous glucose monitors (CGM’s) onder renners. Deze kleine apparaten, oorspronkelijk bedoeld voor diabetici, meten continu de glucosewaarde in lichaamsvloeistoffen. In de wielersport leken ze even populair als tool voor voedingsstrategie en herstel.
Maar de UCI verbood deze sensoren in 2023 omdat er nauwelijks bewijs was dat ze daadwerkelijk de prestaties verbeterden en omdat ze risico’s met zich meebrachten, zoals verkeerde interpretatie en potentieel misbruik van data. Daarmee werd de gelukszoekerij rondom glucosecentrische data abrupt gestopt.
Wat betekent dit voor wielrenners?
De conclusie van Cycling Weekly is genuanceerd: body‑sensoren zijn fascinerende technologieën en kunnen nuttige trends en inzichten leveren, maar ze zijn (nog) geen magische tool die automatisch betere prestaties garandeert. Zonder goede interpretatie en context zijn de meetwaarden vooral interessant om te bekijken, niet om direct je strategie op te baseren.
Dat wetenschappers zoals Professor Pitsiladis het vergelijken met een “brick‑phone” van vroege mobiele technologie laat zien: de techniek werkt al, maar is nog niet volwassen of volledig geïntegreerd in een coherent systeem van meerdere metingen tegelijk.
Toch zijn wearables geen tijdelijke trend, ze zijn een onderdeel van een evolutie in sporttechnologie die steeds dichter bij de fysiologie van de atleet komt. Met verdere validatie, betere integratie en tools die data begrijpelijk maken, kan realtime bio‑tracking in de toekomst wél een rol spelen bij marginal gains.












