Zijwind

Zijwind: kan een windvlaag jouw fietsrit echt verpesten?

Praat mee!

Getty Images

Getty Images

Zijwind is de saboteur die elke wielrenner herkent: het ene moment lig je stabiel op je lijn, het volgende moment schiet je voorwiel een halve meter opzij door één onverwachte windvlaag. Op de kale kustwegen van Zeeland werd het peloton van de Tour de France in 2015 nog volledig uit elkaar geslagen door precies dit fenomeen. Maar wat doet zijwind eigenlijk met je fiets, en kan een simpele windvlaag jouw zondagochtendrit daadwerkelijk verpesten, of zelfs gevaarlijk maken? We zochten het uit.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen. Abonneren op Bicycling magazine of losse nummers kopen doe je in onze shop!

Wat doet zijwind precies met je stuur?

Dat wegschietende voorwiel is geen inbeelding. Onderzoekers simuleerden het gedrag van een fiets in zijwind en concludeerden dat een fiets bij een windvlaag automatisch de wind in draait in plaats van ervan weg, doordat de zijwindkracht tegelijk een rolmoment en een stuurmoment op het voorwiel veroorzaakt. Bij een licht briesje van zo'n 2 meter per seconde herstelt de fiets zich nog binnen enkele seconden, maar bij een frisse bries van 8 meter per seconde, ruwweg windkracht 5, blijven stuur en frame veel langer doorslingeren, met rolhoeken tot 30 graden en stuurhoeken tot 7,5 graden. De conclusie van de onderzoekers is ondubbelzinnig: zijwind is “a serious safety issue” voor fietsers.

Ook in Nederland is het geen marginaal probleem. Kennisplatform Fietsberaad schat dat ongeveer 5 procent van alle fietsongevallen met zijwind te maken heeft, vaak met een ernstige afloop, en dat is precies waarom onderzoekers van de TU Delft zijwindeffecten al jarenlang doormodelleren.

Leun in de wind, stuur niet tegen

De belangrijkste reflex die je jezelf moet aanleren is contra-intuïtief: bij een windvlaag van opzij leun je licht mee in de wind, in plaats van dat je met je stuur tegen de vlaag in corrigeert. Zodra je fysiek tegenstuurt, versterk je juist de instabiliteit die hierboven staat beschreven, je jaagt het stuurmoment verder op. Het principe lijkt op de tegenstuur-reflex die je afleert bij het trainen van je bochtentechniek: je laat de fiets zijn werk doen en corrigeert met je lichaamsgewicht, niet met een ruk aan het stuur.

Rijden in een groep: bescherming en gevaar tegelijk

Alleen fietsen in zijwind is één ding, maar in een peloton of toergroep verandert de dynamiek volledig. Wie in het wiel van een ander zit, wordt deels beschermd tegen de wind van opzij, maar loopt tegelijk het risico dat de renner vóór hem uitwijkt en je daarmee verrast. Onervaren groepsrijders onderschatten vaak hoeveel extra ruimte zijwind vraagt: waar je bij windstil weer een halve fietslengte afstand aanhoudt, is bij zijwind een volledige fietslengte plus zijdelingse marge geen overbodige luxe. Wie voor het eerst in een peloton rijdt, doet er goed aan dit soort scenario's vooraf te oefenen in een kleine, vertrouwde groep.

Waaiers: hoe het peloton zijwind juist gebruikt

Waar de gewone wielrenner zijwind vooral als bedreiging ervaart, gebruiken profs hem als wapen. Op brede, open wegen splitst een peloton in zijwind zich in een diagonale ‘waaier’ over de weg, waarbij renners net iets schuin achter elkaar schuilen in plaats van recht erachter. Onderzoek naar de aerodynamica van groepen wielrenners in zijwind laat zien dat dit pas echt loont vanaf een windhoek van ongeveer 30 graden ten opzichte van de rijrichting: daarboven ervaart een goed beschutte renner in de waaier minder dan 30 procent van de luchtweerstand die een renner aan de staart van de groep voelt, in de praktijk een verschil tussen ruwweg 170 en 560 watt aan benodigd vermogen. Dat verklaart meteen waarom renners die net buiten de waaier vallen zo snel moeten lossen.

Het bekendste Nederlandse voorbeeld is nog altijd de tweede etappe van de Tour de France 2015, van Utrecht naar het Zeeuwse Neeltje Jans. Toen de wind op de kale dijken langs de Oosterschelde aantrok, joegen eerst Tinkoff-Saxo en Sky het tempo op, waarna Etixx-Quick-Step en Lotto Soudal de waaiers definitief forceerden. Favorieten als Vincenzo Nibali, Nairo Quintana en Alejandro Valverde kwamen in de verkeerde waaier terecht, en Nederlanders Wilco Kelderman, Laurens ten Dam en Steven Kruijswijk verloren zelfs meer dan vijf minuten. André Greipel won uiteindelijk de sprint, terwijl Fabian Cancellara dankzij bonificatieseconden de gele trui overnam. Wie zelf weleens over diezelfde Zeeuwse dijken heeft gefietst, weet hoe snel zo'n scenario zich ook in een gewone toergroep kan herhalen. Ken je de negen regels voor het rijden van een goede waaier, dan hou je niet alleen meer energie over, maar voorkom je ook dat je elkaar in de wielen rijdt.

Waarom lichtere renners meer hinder ondervinden

Een vuistregel die in wielerkringen rondgaat, is dat lichtere renners harder worden weggeduwd door dezelfde windvlaag dan zwaardere renners. Fysiek is dat aannemelijk: bij eenzelfde zijwaartse kracht bepaalt de massa van renner en fiets samen hoeveel zijwaartse versnelling daaruit volgt, dus een lichter geheel wijkt sneller uit. Harde cijfers over hoeveel centimeter dat in de praktijk precies scheelt, zijn ons niet bekend uit gepubliceerd onderzoek, behandel dit dus als praktijkervaring, niet als harde wetenschap. Het is wel een goede reden voor lichtere renners om iets voorzichtiger te zijn op blootgestelde stukken, en voor stevigere renners om er rekening mee te houden dat hun voorganger in de groep zomaar kan wegschieten.

Windvlagen anticiperen: let op deze signalen

Goede windlezers reageren niet op de vlaag zelf, maar op de aankondiging ervan. Zwiepende boomtoppen, wapperende vlaggen en een opening in een windsingel of rij bomen zijn allemaal vroege waarschuwingen dat er een windstoot aankomt. Bouw die informatie in je koers in: kom je een open plek in een bosrand tegen, verwacht dan een vlaag zodra je die passeert. Dat geldt dubbel op een afdaling, waar je toch al minder marge hebt: een windvlaag in een bocht bij hoge snelheid is een van de gevaarlijkste combinaties die er zijn. In onze tips om beter te leren afdalen lees je waarom een lager zwaartepunt en een bewuste lijnkeuze ook dan het verschil maken.

Niet abrupt remmen, wel je tempo aanpassen

Een tweede reflex om af te leren: hard in de remmen knijpen bij een windvlaag. Abrupt remmen verplaatst je gewicht naar voren, precies op het moment dat je voorwiel al extra belast wordt door de zijwind, een combinatie die de kans op een val vergroot in plaats van verkleint. Rustig vaart minderen, met je gewicht wat naar achteren en je handen in het onderstuur voor meer controle, werkt beter. Ook je handpositie op het stuur speelt hierbij een rol die vaak wordt onderschat: onderzoek laat zien dat de houding van de renner zelf voor zo'n 80 procent van de luchtweerstand verantwoordelijk is, en diezelfde houding bepaalt ook hoeveel grip en stuurgevoel je overhoudt als het opeens hard waait.

Wanneer kun je beter niet fietsen?

Niet elke zijwind is een uitdaging om te trotseren, soms is thuisblijven de verstandigste keuze. Het KNMI hanteert code geel vanaf windstoten van 75 kilometer per uur (aan de kust in het winterhalfjaar vanaf 90 km/u), en code oranje of rood vanaf 100 kilometer per uur. Bij die windkracht is niet alleen je eigen snelheid en stabiliteit in het geding, maar ook vallende takken en rondvliegend materiaal. Dat is ook relevant voor de aansprakelijkheid als het toch misgaat: bij een fietsongeval tijdens zwaar weer kan je eigen aandeel meewegen in een schadeclaim als je bewust bent blijven fietsen ondanks een zware weerswaarschuwing. Kortom: check voor je vertrekt niet alleen de temperatuur, maar ook de windstotenverwachting.

Wat betekent dit voor jou?

Je hoeft geen WorldTour-domestique te zijn om baat te hebben bij wat de wetenschap en het peloton over zijwind hebben geleerd. Leun licht mee met een windvlaag in plaats van tegen te sturen, houd in een groep bewust meer ruimte aan op winderige stukken, en lees de omgeving, bomen, vlaggen, gaten in de bebouwing, voordat de vlaag je bereikt. Rem nooit hard bij een windstoot, maar laat rustig wat vaart lopen en zoek steun in je onderstuur. En check bij code oranje of rood gewoon eerst het weerbericht voordat je de deur uitgaat: de mooiste rit is nog altijd een die je heelhuids afmaakt.