Warmte, vochtigheid en dunne lucht: Zo kies jij de ideale dag voor je topsnelheid

Praat mee!

Photo by Jack Delulio on Unsplash

Photo by Jack Delulio on Unsplash

Je hebt alles gedaan wat je kon. Nieuwe wielen, stuur op de laagste stand, benen geschoren (voor de aerodynamica, uiteraard). En toch sla je je beste gemiddelde er maar niet in. Misschien ligt het niet aan jou. Misschien ligt het aan de lucht. Nee, écht. De lucht om je heen is niet altijd dezelfde vijand. Soms is hij een dikke, zwoele rotsblok die je bij elke trap lacht om je inspanning. En soms is hij zo luchtig en meegaand dat je bijna vergeet te trappen. Het verschil tussen die twee toestanden kan je meerdere kilometers per uur schelen, zonder dat je een watt extra hebt geleverd.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Victor Campenaerts begreep het

Victor Campenaerts ging in 2019 naar Aguascalientes in Mexico niet voor de taco's. De piste daar ligt op 1.887 meter hoogte, en dat was voor de Belg geen detail maar het hele plan. Campenaerts legde het zelf uit: hoe lager de luchtdruk, hoe minder weerstand je ondervindt. Met dezelfde krachtontwikkeling kom je veel verder dan op zeeniveau.

Aerodynamicaspecialist Bert Blocken van de TU Eindhoven berekende wat dat betekende: als Campenaerts even hard zou duwen maar op een piste 1.000 meter lager, dan moest hij ongeveer 2 kilometer inboeten over zijn uurrecordpoging. Twee kilometer. Voor niks.

Bradley Wiggins had pech bij zijn uurrecord in Londen in 2015. Op de dag van zijn poging hing er een hogedrukgebied boven Londen, wat de luchtdruk deed toenemen tot 1036 millibar. Bij een normalere luchtdruk van 1015 millibar en met hetzelfde vermogen had hij ongeveer 54,900 km per uur kunnen halen in plaats van zijn 54,526. Dus zelfs Wiggins werd gepakt door de lucht. En Wiggins is geen man die je graag pakt.

>>> Lees ook: Drie ultieme tijdrit-trainingen voor je snelste solorit ooit

De drie smaken slechte lucht

Luchtdichtheid wordt bepaald door drie factoren: de temperatuur, de luchtdruk en de relatieve vochtigheid. Warme lucht is lichter dan koude lucht. Hogere luchtdruk duwt de luchtmoleculen dichter bij elkaar en geeft een hogere luchtdichtheid. En vochtige lucht is lichter dan droge lucht. Tijdschriftkarakter

Concreet betekent dit: voor een zo laag mogelijke weerstand wil je warme, vochtige lucht bij lage druk. Dat klinkt als het zwetende wachten in een vliegtuig dat vertraging heeft, maar voor je aerodynamica is het ideaal.

>>> Lees ook: Zo verwijder je die hardnekkige zweetgeur uit je fietskleding

Kou is je vijand

De luchtdichtheid neemt met ongeveer 0,4 procent af naarmate de temperatuur stijgt. Omgekeerd geldt hetzelfde: naarmate het kouder wordt, neemt de luchtdichtheid toe. Winterlucht is dus dikker dan zomerlucht. Die toename van luchtdichtheid in de koude maanden kost je zo maar 1 tot 2 kilometer per uur verschil ten opzichte van zomerse ritten. Je hebt in de winter dus niet per se minder conditie. Je fietst gewoon door een dikkere soep. Je banden ook, want door lagere temperaturen is het rubber minder soepel, wat ten koste gaat van de rolweerstand.
Temperatuur heeft een grotere invloed op de luchtdichtheid dan de luchtdruk. Wie dus in de zomer op een warme dag rijdt, heeft al de belangrijkste factor mee.

En vochtigheid dan?

Hier zit een prettige verrassing voor wie Nederland als woonplek heeft. Vochtige lucht is namelijk aerodynamisch gunstiger dan droge lucht. Watermoleculen zijn lichter dan de stikstof- en zuurstofmoleculen die het grootste deel van droge lucht uitmaken. Een beetje vochtigheid in de lucht verdringt letterlijk wat zwaardere moleculen, waardoor de dichtheid iets daalt.

Het verschil is klein. Maar op een dag dat het al warm is, de luchtdruk laag staat en het net wat vochtig ruikt naar onweer in de verte, kloppen alle sterren voor jou samen.

Ons kikkerlandje doet zijn best

Terug naar Nederland. Wat kunnen wij hier doen? Hoogte schiet er niet in. Een berg van 1.887 meter bouwen in de polder is een project met een langere doorlooptijd dan je strava-doelen toelaten.

Maar we kunnen wel slim zijn. De ideale dag voor je topsnelheid in Nederland combineert een hoge temperatuur met een lage luchtdruk. Als een lagedrukgebied nadert, scheelt dat op zichzelf al meerdere honderden meters ten opzichte van een hogedrukgebied boven je kop. Dat lagedrukgebied komt hier gelukkig regelmatig langs. Aansluitend op een warme zomerdag is de luchtdichtheid in Nederland op zijn laagst. VRT

Bij 27 graden Celsius rijdt iemand bij 200 watt een gemiddelde van 33,8 km per uur. Bij 10 graden daalt dat naar 33,0 km per uur bij dezelfde inspanning. Bijna een kilometer per uur verschil puur door temperatuur, zonder dat je een joule extra hebt geleverd. RozenbergSport

De warme conclusie

Zomer, warm, lagedrukgebied, beetje vochtig, windstil. Dat is je dag. Je PR staat niet op zijn beste benen te wachten in februari met een Scandinavische hogedrukcel boven je snotterende neus. Campenaerts ging naar Mexico. Jij hoeft alleen maar te wachten tot vroeger juli/augustus, nu tikte het kwik de 25 graden op 1 mei al aan.

Bonusronde: het NK tijdrijden van gisteren

Als bewijs dat het universum soms meeleest: gisteren vond in het Gelderse Laren het NK tijdrijden plaats. En de lucht? Die deed zijn best. Het werd officieel de warmste 24 juni sinds de metingen begonnen in 1901. Het KNMI gaf code oranje af voor extreme hitte, met temperaturen die opliepen tot 32 tot 37 graden Celsius. De organisatie paste het programma aan om de hittepiek tussen 13.00 en 17.00 uur zoveel mogelijk te vermijden. De elite mannen vertrokken pas om 19.03 uur.

Aerodynamisch gezien waren de omstandigheden dus ronduit uitstekend. Warme lucht, lage luchtdichtheid, en er stond een zwak noordnoordoostelijk briesje van 2 beaufort. Geen Hollandse kopwind die je plannen vernielt. Huub Artz won in 40:29 over 36 kilometer, wat neerkomt op een gemiddelde van ruim 53 km per uur. Dylan van Baarle eindigde op 32 seconden als tweede, Sjoerd Bax op 59 seconden als derde.

De lucht werkte mee. Of de benen het ook deden, was een tweede vraag. Want warme lucht mag dan dunner zijn, je lichaam verbrandt er ook harder door. Campenaerts wist dat al: hij wilde het warm, maar niet zo warm dat zijn motor overkookte. In Laren was het gisteren heet genoeg om de lucht te verdunnen en net iets te heet om er echt lekker in te knallen. Ideaal voor een record was het niet. Ideaal voor een goed verhaal wel.

Video