Zonnebrand op de fiets: deze plekken vergeet je waarschijnlijk
© Getty Images

Een lange zomerse fietsrit betekent urenlang blootstelling aan de zon. Je smeert je armen, benen en gezicht in, zet je helm en zonnebril op en bent klaar voor vertrek. Toch zijn er tijdens het wielrennen een aantal kleine plekken die gemakkelijk worden vergeten.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
De bovenkant van je handen
Je handen zitten tijdens het fietsen vrijwel continu buiten en krijgen daardoor veel zon. Toch zijn het niet de eerste lichaamsdelen waar je aan denkt bij het smeren. Vooral de bovenkant van je handen en je vingers kunnen tijdens een lange rit flink wat UV-straling opvangen.
Pak je lekker losjes bovenop het stuur, dan liggen je handen ook nog eens vlak en volledig open in de zon. Samen met het topje van je neus is dat misschien wel de plek die de meeste directe zon krijgt op een zomerse rit.
De gevreesde horloge tan line
Ook je polsen verdienen aandacht: draag je een sporthorloge, dan is er een extra valkuil. Smeer je terwijl je horloge al om je pols zit, dan blijft de huid eronder gemakkelijk onbedekt. Het resultaat: een perfect wit horlogebandje op je gebruinde pols. Doe je horloge daarom bij het insmeren even af. Ook tijdens het fietsen kan het horloge door zweet en beweging over je huid schuiven, waardoor zonnebrand plaatselijk wordt verwijderd. Hierdoor zijn deze plekjes nog gevoeliger voor de zon. Meer over hoe je tan lines voorkomt en wegwerkt lees je hier.
Oren zelden ingesmeerd
Oren zijn een van de plekken die relatief vaak verbranden en eigenlijk zelden worden ingesmeerd. Ze worden gemakkelijk vergeten omdat je ze niet direct in je spiegelbeeld ziet. De huid op je oren is echter ontzettend dun, en wordt continu blootgesteld aan de zon. Smeer daarom voordat je vertrekt ook de voorkant, achterkant en bovenkant van je oren in.
Vergeet je ze, dan zijn het net twee schelpen op een bakkend strand. En dan zit je 's avonds met rode oortjes aan het diner om hele andere redenen dan waar rode oortjes je normaal aan laten denken. Vooral op een zonnige dag tijdens een lange rit is smeren dus geen overbodige luxe.
Het topje van je neus
Een fietsbril beschermt je ogen en een groot deel van je gezicht, maar niet het hele gebied rond je neus. Het bovenste stukje van je neus kan precies onder of tussen de glazen uitkomen en daardoor urenlang zon vangen.
Dat is bovendien een plek die je tijdens het fietsen nauwelijks voelt verbranden. Pas wanneer je 's avonds je bril afzet, zie je dat het topje van je neus rood is geworden. Smeer daarom ook de smalle strook boven en rond je neus goed in.
Onder je helm en rond je bril
Je helm en fietsbril zijn natuurlijk belangrijk voor bescherming, maar ze creëren ook kleine overgangszones. Rond je haarlijn, slapen en boven je oren kan nog huid zichtbaar zijn. Hetzelfde geldt voor de huid rondom je bril. Voorkom dat je er uitziet alsof je terugkomt van skivakantie door ook rond je bril goed te smeren.
Een helm beschermt bovendien niet alle delen van je hoofd tegen UV-straling. Heb je weinig haar of een zichtbare scheiding, dan kan ook je hoofdhuid zon krijgen.
Je nek krijgt meer zon dan je denkt
Op de racefiets zit je vaak voorovergebogen met je hoofd naar beneden. Daardoor staat je nek in een andere positie dan wanneer je rechtop loopt. Vooral de achterkant en zijkanten van je nek kunnen zo veel zon krijgen.
Je fietsshirt en helm bedekken een groot deel, maar overgebleven delen van je nek krijgen juist urenlang zon. Smeer daarom rondom de volledige hals en neem ook de huid onder je haarlijn mee.
Je kuiten liggen op de grill
Je benen krijgen op de fiets zon uit een hoek die je zelf niet ziet. De achterkant van je benen, je knieholtes en vooral je kuiten wijzen naar achteren en omhoog zodra je op de pedalen zit. Staat de zon achter je, dan liggen je kuiten vrolijk op de grill terwijl jij vooruit kijkt en er niets van merkt.
Smeer daarom niet alleen de voorkant van je benen. Draai ook echt om je kuiten en knieholtes heen, zeker als je met de zon in de rug rijdt of een rit maakt waarbij je urenlang dezelfde kant op gaat.
Je rug en schouders onder een dun shirt
Moderne fietsshirts zijn heerlijk luchtig op warme dagen, maar dat lichte materiaal heeft ook een keerzijde. Je rug en schouders zitten weliswaar onder je shirt, maar bij een heel dun zomershirt of een shirt met mesh op de rug kan de zon er alsnog doorheen prikken. Hoe je fietsshirt je tegen de zon beschermt hangt vooral af van de dichtheid van de stof.
Verder spelen de kleur en de dikte een rol. Sommige merken vermelden een UPF-waarde, veel wielerkleding doet dat niet, en zonder die vermelding is het lastig te zeggen hoeveel UV je shirt tegenhoudt. Twijfel je bij een heel licht shirt, smeer dan je schouders en bovenrug in voordat je het aantrekt.
De randen van je fietskleding
Een ander probleem waar veel sporters tegenaan lopen: je hebt je keurig ingesmeerd, trekt je fietskleding aan en denkt dat je beschermd bent. Maar op de plekken waar kleding tegen je huid schuurt, kan zonnebrand gedurende de rit gedeeltelijk verdwijnen.
Dat gebeurt bijvoorbeeld bij de onderkant van je mouwen, de rand van je fietsbroek en boven je fietssokken. Vooral bij lange ritten, veel zweten of kleding die continu beweegt, kan de bescherming daar minder worden.
Smeer daarom iets ruimer dan alleen het stukje huid dat direct zichtbaar is, en neem de huid vlak onder de kleding mee. Ga je meerdere uren fietsen, neem dan zonnebrand mee zodat je onderweg opnieuw kunt smeren. Ook is speciale sportzonnebrand beter bestand tegen zweten en wrijving en zeker een investering die de moeite waard is.
>>> Lees ook: De 6 beste soorten zonnebrand voor wielrenners
Vergeet je lippen niet
Je lippen hebben weinig natuurlijke bescherming tegen UV-straling en kunnen daardoor ook snel verbranden. Tijdens het wielrennen krijgen ze bovendien te maken met wind, waardoor ze sneller droog aanvoelen.
Een gewone lippenbalsem houdt je lippen misschien soepel, maar biedt niet altijd bescherming tegen UV-straling. Kies daarom voor een lippenbalsem met SPF en breng die opnieuw aan tijdens een langere rit, bijvoorbeeld tijdens een koffiestop.
Was je handpalmen voordat je vertrekt
Nog een detail dat massaal wordt vergeten: na het insmeren zitten je handen zelf vol zonnebrand. Aan de bovenkant is dat precies de bedoeling, aan de binnenkant totaal niet. Wrijf je onderweg een keer in je oog, dan rijd je de rest van de dag met een rood, druipend oog. Niet fijn, en met een fietsbril op ook nog eens vervelend om op te lossen.
Was daarom selectief je handpalmen en de onderkant van je vingers met een beetje zeep, en droog ze goed af. De bovenkant van je handen laat je met rust, die heb je net ingesmeerd.
Een snelle vertrekcheck
Voor je op de fiets stapt, is een snelle controle handig. Gezicht, oren, neus, lippen, nek, handen en polsen, plus de achterkant van je benen en je kuiten. Doe je horloge tijdens het smeren even af, denk bij een dun shirt ook aan je schouders en bovenrug, en vergeet de huid rond de randen van je fietskleding niet. Als laatste: was je handpalmen en vingertoppen af, zodat je niet met zonnebrand in je oog eindigt.
Ga je lang op pad? Check de UV-index voordat je gaat en kies een tijdstip waarop de zonkracht nog relatief laag is. Let daarbij op dat vroeg vertrekken de UV-straling niet uitsluit. Stop ook een kleine tube zonnebrand in je achterzak of zadeltas. Want juist tijdens een lange zomerrit zijn het vaak niet de grote oppervlakken, maar die kleine vergeten plekjes die je de volgende ochtend nog steeds kunt voelen.













