Gravel Grit ‘n Grind: Zweeds gravelen op z’n best
Jeppe Kirk

De laatste maand van het gravelseizoen is aangebroken. Na de teleurstelling van het EK en de daaropvolgende weken van ziekte was ik langzaam weer een beetje opgekrabbeld. Precies op tijd, want de wedstrijd waar ik al lange tijd naar uitkeek, stond voor de deur: Gravel Grit ‘n Grind in Zweden. Vorig jaar zag ik voor het eerst beelden van deze tweedaagse en toen dacht ik al meteen: ‘Die wil ik rijden.’
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen. Abonneren op Bicycling magazine of losse nummers kopen doe je in onze shop!
Race-, train- & workation
Waar ik normaal gesproken ééntot twee dagen voor een wedstrijd aankom, pakte ik het deze keer anders aan. Mijn ouders wilden graag nog op vakantie en omdat ik mijn werk als schrijver en journalist overal kan doen, besloten we met z'n drieën en onze hond anderhalve week naar Zweden te gaan. Zij reden op zondag al naar het noorden, ik vloog een dag later met mijn fiets op Göteborg.
De combinatie van trainen, werken en ’s avonds samen eten zorgde voor een relaxte aanloop richting het raceweekend. Bovendien was ik niet de enige Nederlander die eerder was afgereisd. Op woensdag verkende ik met een groepje al een deel van het parcours van dag 1 en op vrijdag deed ik met o.a. mijn trainer Rick Ottema en vast maatje Elisa Serné nog een losrijdritje. Met laatstgenoemde plakte ik er ook nog een typisch Zweedse traditie aan vast, genaamd fika. Oftewel: de tijd nemen voor koffie met iets lekkers. Carbloading done right.
Etappe 1: Smooth gravel en reality check
Zaterdag was het om 10:30 tijd voor de eerste etappe met start en finish in Halmstad. Dit was de officiële UCI-wedstrijd, van 153 kilometer met zo’n 1.800 hoogtemeters en een startveld van dertig elite dames. Hoewel het profiel me op papier zou moeten liggen - punchy klimmetjes en hard rechtdoor boren – maakte ik mezelf geen illusies in dit startveld. Mijn trainingsopbouw was de voorgaande maanden erg instabiel geweest en met twee weken ziekte op zak, had ik al wel gemerkt dat het klimmen me zwaarder viel dan normaal (en het is al niet m’n sterkste punt).
De eerste twee uur bleef alles ondanks wat speldenprikjes bij elkaar en was er zelfs wat ruimte om hier en daar te praten. Dat had alles te maken met de brede en gladde gravelwegen waar we overheen reden; aanvallen loonde simpelweg niet en dus hield iedereen in het peloton zich redelijk gedeisd. Totdat na de eerste voedingspost, Europees kampioene Femke Markus er écht een klap op gaf. Die eerste aanval wist ik nog terug te keren, bij de tweede verslenning was het gedaan. Samen met de Deense Klara Sofie Skovgard Hansen belandde ik in de chasse patate. In de wetenschap dat we op elkaar waren aangewezen, werkten we gelijk goed samen en reden we kop over kop door. Gedurende de race pikten we nog twee rijdsters op, waardoor we met z'n vieren aan de laatste steile klim begonnen. Ik zat er toen al goed doorheen, moest de twee sterksten laten gaan en ondanks een solotijdrit van 10 kilometer kwam ik er niet meer bij.
Tijdrit met z’n tweeën
Uiteindelijk kwam ik als 13e over de streep. Een uitslag met gemengde gevoelens. Ik wist dat ik alles had gegeven wat erin zat op dit moment, maar het contrast met mijn vorm van eerder dit jaar was groot. En ondanks dat die brede gravelwegen heel leuk zijn voor het oog, zorgde het er ook voor dat ik nergens tijd goed kon maken in de afdalingen of technische passages. Toch waren die laatste 2,5 uur kop over kop afzien een waardevolle mentale training. Niet leuk, soms wel hard nodig.
Aanvullen, aanvullen, aanvullen
Net zo hard nodig was goed eten na afloop, want met vijf uur op de teller en de dag erna wederom koers, was het zaak om alles goed aan te vullen. Voor mij betekende dat een herstelshake, rijst met linzen (gekke combo, i know, maar het enige wat ik na een lange koers weg krijg) en ’s avonds pasta. Voordat ik m’n bed in ging, volgde er nog yoghurt met cornflakes en zette ik alvast m’n havermout met rozijnen, honing en banaan in de koelkast voor de volgende ochtend.
© Raf WittenbergEtappe 2: Druk zetten in de afdalingen
Zondag stond etappe twee op het programma: 125 kilometer en 1.300 hoogtemeters als onderdeel van de Nordic Gravel Series. Geen UCI-race, maar de beste rensters van de dag ervoor waren wederom present, dus het niveau lag wel hoog. De eerste klim lag zeven kilometer na de start en daar werd gelijk de eerste versnelling geplaatst. Op mijn tandvlees bleef ik erbij, waarna we éindelijk een technische afdaling indoken. Dat zorgde ervoor dat ik meteen beter in de wedstrijd kwam dan zaterdag.
Rond kilometer 25 zat klim nummer twee, waar ik helaas toch moest passen. Ik belandde in de tweede groep, waar ik uiteindelijk de rest van de koers mee zou optrekken. Het werd, ondanks dat de bewegwijzering soms te wensen overliet en we twee keer verkeerd reden, een mooie race: bergop afzien, in de afdalingen gas geven.
Aanvallen op het grove grind
Ik was ook blij met mijn bandenkeuze, waarbij ik voor grip had gekozen en niet voor zo min mogelijk rolweerstand. Halverwege lag een stuk met grof grind en een vals plat hellingspercentage. Oftewel, dom boren en amper profijt van draft in het wiel. Daar wist ik na een aanval een gat te slaan. Zo’n vijf minuten was ik solo weg, maar doordat de samenwerking achter me goed was, werd ik wel weer teruggepakt. Richting het einde van de koers sloeg ik in een afdaling samen met Oostenrijkse Jana Gigele opnieuw een gaatje, waarna we samen vol door hebben gereden. Niettemin werd onze groep richting de finale toch herenigd. De verwachtte aanval op de laatste klim bergop bleef uit en het werd een gevecht voor wie als eerste de afdaling in zou gaan. Die battle won ik en met een klein gaatje kwam ik beneden. Daar vergat ik de deur dicht te houden – of eigenlijk dat ik dat we er al waren, het was een vrij onoverzichtelijke finish - waardoor er in de laatste bocht en resterende 100 nog eentje onderdoor kwam. Goed voor een 7e plek overall. Ondanks dat foutje op het einde was dit voor mij een veel betere én leukere race geweest. Ik kon meedoen, tactisch koersen en doordat ik in de afdalingen energie overhield, ging het klimmen ook beter.
Inside de koers van de anderen
Na de finish deelden we zoals altijd de verhalen uit de koers. Wat bleek? In de kopgroep had fika-maatje Elisa gewoon de sprint gewonnen van WorldTour-renster Femke Markus, daar waar ze zaterdag ook al derde as geworden! Ik grapte meteen: "Dat komt honderd procent door onze Fika van vrijdag!". Reden genoeg om het weekend af te sluiten met wederom koffie en een kanelbulle. Want ondanks dat we in koers allemaal voor het hoogst haalbare gaan en er geen cadeautjes worden gegeven, is de sfeer buiten de koersen om ook gewoon heel gezellig en helpen we elkaar. Een goed voorbeeld is mijn vader die dit weekend mijn verzorging deed en niet alleen mij, maar ook drie andere rijdsters voorzag van een bidon.
© Yael PrengerConclusie: fan van Zweden en blij om weer te racen!
Na zo’n negen uur koers over de Zweedse gravelwegen, kan ik alleen maar concluderen dat het een heel leerzaam weekend is geweest. Zaterdag was vooral een shock to the system. Zondag was weer écht koersen en alles eruit halen wat erin zat. Had ik op meer gehoopt? Jawel. Was dit realistisch gezien het maximale? Absoluut. En één ding is in ieder geval zeker: die gedachte van ‘deze tweedaagse wil ik écht een keer rijden’, was meer dan op zijn plek. De omgeving, de organisatie, de mensen, de races; ik heb er echt van genoten. Wat mij betreft ben ik er volgend jaar weer bij en dan het liefste in vorm, mét betere klimmersbenen.














