Zweten op de fiets: Waarom het overal anders ruikt
Getty Images

Zweten op de fiets kent iedereen, maar de geur is een raadsel. Je stapt na drie uur af, trekt je shirt uit en ruikt: je shirt stinkt naar iets zuurs, je oksels naar iets heel anders, je sokken naar oude kaas, en je rug naar vrijwel niks. Hetzelfde lichaam, dezelfde rit, vijf verschillende geuren. Hoe kan dat eigenlijk?
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen. Abonneren op Bicycling magazine of losse nummers kopen doe je in onze shop!
Vers zweet ruikt eigenlijk nergens naar
Het eerste wat je moet weten: het is niet je zweet dat stinkt. Vers zweet ruikt nauwelijks, omdat de vetzuren erin te groot zijn om te vervliegen, legt microbioloog Chris Callewaert van de Universiteit Gent uit. Pas als bacteriën ze afbreken tot kleinere moleculen, komt de geur vrij.
Dat verklaart meteen waarom het overal anders ruikt. Op elke plek van je lichaam leeft een ander bacteriegezelschap, en elk plekje maakt ander zweet. Andere ingrediënten, andere koks, ander gerecht.
Onder je oksels werkt een heel andere fabriek
Het meeste zweet dat je op de fiets verliest, komt uit zweetklieren die vooral water en zout afscheiden. Die zitten over je hele lichaam en zijn er om je af te koelen.
In je oksels en je kruis zitten daarnaast andere zweetklieren, die een rijker soort zweet maken. Dat is een feestmaal voor bacteriën. Onderzoekers van de universiteit van York verzamelden meer dan 150 bacteriesoorten uit de oksels van proefpersonen, en ontdekten dat vooral Staphylococcus hominis goed is in het omzetten van zweetmoleculen in thioalcoholen. Die zijn al waarneembaar bij één deel per biljoen.
In 2020 vond hetzelfde team het enzym dat daarvoor verantwoordelijk is. De grondstof ervoor komt uit precies die rijkere zweetklieren in je oksel. Onderzoeksleider Dan Bawdon omschreef de geur als iets tussen rotte eieren, uien en vlees. Hij voegde eraan toe dat ze in het lab niet erg populair waren.
Eén nuance, want de wetenschap is hier verschoven. Callewaert noemde in 2014 de corynebacteriën de belangrijkste veroorzakers van okselgeur. Latere metingen in York lieten zien dat de sterkste geurstof, die thioalcoholen, juist via de staphylococcen loopt en niet via de corynebacteriën. Waarschijnlijk dragen ze allebei bij aan de totale geur, maar voor die ene doordringende lucht wijst het bewijs nu naar de staphylococcen.
Je shirt stinkt harder dan jij
En nu het stuk dat voor wielrenners het meest relevant is. Callewaert en zijn collega's lieten 26 mensen een intensieve spinningles fietsen, de helft in katoen en de helft in polyester. De shirts gingen daarna 28 uur in een zak, en een getraind geurpanel mocht ruiken.
De uitkomst was duidelijk: de polyester shirts roken aanzienlijk minder prettig en intenser dan de katoenen.
De verklaring is verrassend. Op het polyester groeiden vooral micrococci, bacteriën die op de oksel zelf nauwelijks voorkomen. Callewaert: micrococci groeien beter op polyester. Hij vermoedt dat het zweet blijft hangen in de ruimte tussen de synthetische vezels, waar bacteriën ideale omstandigheden vinden.
Met andere woorden: je shirt stinkt niet naar jou. Het heeft zijn eigen bacteriekolonie, met een eigen geur. Dat is waarom je wielershirt na de rit anders ruikt dan je oksels, en waarom sommige shirts na de was nog steeds ruiken. Hoe je dat aanpakt, lees je in ons stuk over het wassen van vieze wielerkleding.
Rug en armen: vooral water en zout
Op je rug, armen en benen zitten vooral die verkoelende zweetklieren. Daar komt voornamelijk water en zout uit, en daar valt voor bacteriën weinig te halen. Vandaar dat je rug na een rit vaak nauwelijks ruikt, ook al is hij kletsnat.
Wat je daar wel ziet zijn witte randen op je shirt. Dat is zout, en dat vertelt je iets over je vochtbalans, niet over je geur. Wie veel zout verliest, moet dat aanvullen, anders loop je het natriumtekort op waar fietsers in de zomer massaal last van hebben.
Kruis en voeten: warm, vochtig en afgesloten
Je kruis combineert twee dingen die bacteriën geweldig vinden: dat rijkere zweet uit de andere klieren, en een afgesloten, warme en vochtige omgeving onder je zeem. Daarom ruikt een wielerbroek na een lange rit zo anders dan je shirt.
Een goede zeem is daarom geen luxe. Moderne zemen zijn gemaakt om vocht af te voeren en de huid droog te houden, iets wat ik eerder beschreef in de wielerbroek is bij ons weggedemarreerd.
Voeten zijn een verhaal apart. Ze zweten flink, zitten opgesloten in een fietsschoen zonder veel ventilatie, en hebben weer hun eigen bacteriepopulatie. Welke bacteriën daar precies de kaaslucht maken, heb ik niet kunnen verifiëren, dus daar ga ik geen naam op plakken. Wat vaststaat: warm, vochtig en afgesloten is de ideale kweekbak.
En die ammoniaklucht? Die komt van binnen
Eén geur valt buiten dit rijtje: die scherpe, bijna toiletachtige lucht na een zware rit. Die komt niet van bacteriën op je huid, maar van je stofwisseling. Als je lichaam te weinig koolhydraten heeft, breekt het eiwitten af voor energie, en daarbij komt ammoniak vrij dat je deels uitzweet. Wat die lucht wel en niet over je conditie zegt, zochten we uit in topvorm en zweetlucht: wat je geur wel en niet zegt.
Ruik je dat, dan is het advies niet douchen maar eten.
Wat betekent dit voor jou
- Je shirt is je grootste geurbron, niet je lichaam. Polyester houdt geurbacteriën vast die op je huid nauwelijks voorkomen. Hang je shirt na de rit direct uit en laat hem niet in een zak liggen.
- Was op tijd en niet te zuinig. Hoe langer een bezweet shirt ligt, hoe meer tijd bacteriën krijgen. Na 28 uur in een zak was het verschil in het onderzoek al groot.
- Kies voor lange ritten wol of een mix. Wol en katoen houden minder geur vast dan puur synthetisch. Bij meerdaagse tochten scheelt dat.
- Zet je fietsschoenen open om te drogen. Haal de zooltjes eruit en zet ze niet in de schoenenkast, maar op een plek met lucht.
- Ruik je ammoniak, eet dan beter onderweg. Die geur zegt iets over je brandstof, niet over je hygiëne. Meer over lijf en klachten vind je in onze rubriek gezondheid.
Kortom: je ruikt niet naar jezelf. Je ruikt naar de bacteriën die je hebt meegenomen.









