Dit moet je weten als je voor het eerst een wedstrijd gaat fietsen

Na het zien van de Tour de France, begint het te kriebelen: dit wil jij ook! Je hebt besloten je in te schrijven voor een rondje om de kerk of een trainingskoers bij jou in de buurt. Maar hoe pak je dat aan? Dit zijn 10 tips voor je eerste wedstrijd.

Getty Images

Getty Images

Het wielerseizoen heeft al ons al prachtige wedstrijden voorgeschoteld, met onvergetelijke zeges. Voor iedereen die zich, na het zien van deze koersen, ook wil mengen in een wedstrijdje, zijn hier een aantal handige tips voor als je voor het eerst aan een wielerwedstrijd mee gaat doen.

1. Meedoen is belangrijker dan winnen

Het is je eerste wedstrijd. Niet om je naar beneden te praten, maar de kans dat je die wint is bijna nihil. Een wedstrijd rijden is super leuk. Ervaar de koersdynamiek en de verschillende tactieken. Je eerste wedstrijd uitrijden is echt al super knap. Een prestatie om trots op te zijn! Een wielrenner wint minder dan 0.1% van de wedstrijden waar hij of zij aan meedoet. Daarom is meedoen duidelijk belangrijker dan winnen.

2. Zorg dat je materiaal op orde is

Niets is frustrerender dan aankomen bij je eerste wedstrijd en na één rondje al moeten lossen omdat je fiets het begeven heeft. Check bijvoorbeeld altijd je bandenspanning de avond van tevoren en zorg dat je fiets recent een beurt heeft gehad. Zelf een korte fietscheck doen? Lees hier hoe je dat moet doen.

3. Zorg dat je goed bent uitgerust

Een wedstrijd rijden vergt best wel wat van je lichaam. Zeker als je dat nog nooit gedaan hebt. Het is namelijk een maximale inspanning. Ga dus de avond ervoor niet flink doorzakken in de kroeg, maar neem een glaasje minder en ga op tijd naar bed. En ga de laatste twee dagen voor de koers ook niet meer zwaar trainen. Zo sta je uitgerust aan de start en kan je het maximale uit de dag halen.

4. Goed in vorm zijn kan geen kwaad

Om mee te doen met je eerste wedstrijd hoef je niet in topvorm te zijn, maar een beetje in conditie is wel handig. Zorg dus dat je basis conditie in orde is zodat je zo lang mogelijk eraan kan blijven hangen. En zorg er ook zeker voor dat je wat intervaltraining hebt gedaan, zodat je gewend bent aan hoog intensieve inspanningen. Hoe beter je getraind bent hoe makkelijker het zal gaan.

5. Kies een makkelijk rondje uit

Via de website van de KNWU kan je zien waar en op welke tijdstippen er gereden wordt. De meeste wielerverenigingen hebben een eigen afgesloten parcours waar er wekelijks meerdere trainingswedstrijden gehouden worden. Zo'n trainingskoers is een uitstekende kans voor jouw eerste wedstrijdervaring. Er wordt dan in verschillende categorieën gestart dus je kan op je eigen niveau meedoen! Een van de bekendste clubrondjes is de wielerbaan van Sloten, in Amsterdam. Aan dit parcours grenzen twee wielerverenigingen die allebei verschillende competities organiseren. De wielerbaan is een platgeslagen rondje met twee langere rechte stukken. Geen één bocht is lastig en overal kan je blijven trappen. Het enige obstakel is een viaduct zo'n 800 meter voor de finish. Let wel op, om te kunnen starten in een trainingskoers heb je een licentie nodig. Zie volgende punt.

6. Vraag een (dag)starterslicentie aan

Wanneer je je wilt inschrijven bij een wedstrijd heb je in de meeste gevallen een licentie nodig. Dat kan het makkelijkst door lid te worden van een club. Zo leer je ook meteen nieuwe mensen kennen en krijg je er misschien wel een paar fietsmaten bij. Weet je nog niet of je dit allemaal wel wil, dan kan je altijd nog een dag starterslicentie aanvragen. Daarmee kan je eenmalig mee doen aan een aantal FUN-klasse wedstrijden. Dit zijn laagdrempelige wedstrijden waar iedereen met weinig ervaring gemakkelijk aan mee kan doen.

7. Durf in het peloton te rijden

Je eerste wedstrijd begint morgen en dat is best wel spannend. Opeens moet je met veel meer wielrenners tegelijkertijd over een parcours sjezen. Dat is allemaal nog onbekend voor je. Fietsen in een groep is niet niks, dat vergt wat oefening. Het kernwoord daarvoor is durven. Het voordeel van in een groep rijden zal je al snel genoeg merken, opeens kan je een uur lang gemiddeld 40 km/u rijden. In je eentje is dat haast onmogelijk. Het peloton heeft een eigen leven, dan rij je nog vooraan en twee tellen later rij je weer achteraan. Zo gaat dat nou eenmaal. Daarom is het zaak om te leren en te durven om dicht op elkaar te rijden. Als je je steeds comfortabeler voelt in het peloton, dan zal je steeds minder energie nodig hebben om een goede positie te handhaven. Durven is dus belangrijk, maar hou het wel veilig.

8. Probeer je fietsmaten mee te krijgen

Niets leuker dan na je eerste wedstrijd na te praten met je fietsvrienden en -vriendinnen. De adrenaline giert nog door je lijf en het liefst vertel je iedereen nog even over die epische kopbeurt of die eindsprint voor een plekje in de top-20. Ook in de koers komen je fietsmaten van pas. Zo kan je samenwerken en elkaar helpen om bij te blijven of juist aan te vallen. Heb je niemand die met je mee wil? Maak dan vrienden in de koers zodat je het leed (of de winst natuurlijk) kan delen. Oja, en onthoud altijd: niet achter je ploegmaten of fietsvrienden aan gaan rijden als ze een gaatje hebben! Dat werk mag een concurrent oplossen.

9. Sparen, sparen en nog eens sparen

"Eerst het bordje van een ander leegeten," "de benen stil houden" of "geen trap teveel doen". Dat zijn allemaal wieleruitspraken die je misschien wel kent. Het betekent dat je je energie moet sparen zodat je aan het einde nog over hebt. Een wedstrijd kan tussen de 50 en 90 minuten duren. In het begin voel je je goed en wil je de rest een poepie laten ruiken. Je zet aan en slaat een gat. Met je neus in de wind en je tong op je stuur lukt het je om een paar minuten 40 km/u te rijden. Al snel pakt het peloton je terug en voel je het melkzuur in je bovenbenen lopen. Tijd om te herstellen heb je niet want het lukt je maar net om aan te pikken. In het ergste geval lukt dit niet en wordt je gelost. Probeer in je eerste wedstrijd dus jezelf in te houden, misschien kan je het niveau wel goed aan en heb je aan het einde nog wel wat over om te sprinten naar een mooie top-10 notering! Je kan er alleen maar achter komen als je ook daadwerkelijk het einde van de koers haalt.

10. Smaakt het naar meer? Probeer eens een andere tactiek

Het ging goed en je bent, ongeacht je resultaat, super trots op je prestatie. De motor is aangezwengeld en je wil meteen de volgende keer weer meedoen. Misschien heb je de eerste keer rustig aan gedaan en kon je prima volgen, of je bent te vroeg gas gaan geven en had aan het einde niks meer over. Als je je comfortabel voelt in het peloton en op het niveau, probeer dan eens een andere tactiek. Bedenk deze van tevoren en werk dit ook uit. Bespreek het 'game-plan' met je (nieuwe) fietsvrienden of ploegmaten en kijk of het kan werken. Is het helemaal niks en worden jullie allemaal gelost? Dat maakt niet uit, want de week erna sta je gewoon weer aan de start met een ander plan.

Bonus tip: Heb plezier en geniet!

Succes!

Wie weet schop je het ooit wel eens tot het rijden van de Tour de France...