“Nog één kans om te juichen” – Dylan Groenewegen blijft geloven
Dylan Groenewegen vecht zich dag na dag door de Tour de France 2025 heen. In een openhartig interview vertelt hij over overleven in de bergen, het gebrek aan sprintkansen én zijn hoop op rit 17. “Als alles klopt, kunnen we juichen,” zegt de sprinter die Parijs nog steeds mist.
Getty Images

Op een rustige rustdag ergens in Frankrijk spreekt Dylan Groenewegen ons vanuit zijn hotel. Hij klinkt opgewekt, ondanks twee zware Tourweken. De benen zijn moe, maar de motivatie? Nog steeds volop aanwezig.
“Ja, het zijn lange dagen,” zegt hij, “maar we gaan er nog één keer vol voor.” In samenwerking met VELUX, trotse hoofdsponsor van de Tour de France, kregen we een uniek inkijkje in het leven van Dylan Groenewegen en spraken we met hem over zijn strijd, rituelen en hoop op die ene sprint.
Overleven in de bergen
Voor sprinters zoals Dylan draait een groot deel van de Tour om één ding: binnenkomen. Niet winnen, niet aanvallen, maar simpelweg de tijdslimiet halen. “Je zit eigenlijk continu in overlevingsmodus,” vertelt hij. “Van klim naar klim, proberen je pacingplan te volgen en hopen dat je het redt.”
Samen met een peloton vol andere sprinters vormt hij dagelijks een soort vliegende ontsnappingsgroep aan de achterkant van de koers: de befaamde groupetto. “Vroeger zat ik er soms met twaalf man in, nu zijn het groepen van vijftig. Gezellig? Mwah. Iedereen rijdt op de limiet, maar af en toe is er ruimte voor een grapje. Heel soms.”
Sprinten? Eerst overleven
De sprintkansen in deze Tour zijn schaars, erkent Dylan. Etappes eindigen vaak op een punchy klim, of worden te hectisch voor een klassieke massasprint. En Parijs? Dat is niet meer het traditionele parcours door Parijs. De Champs-Élysées-finish blijft maar de Montmartre gooit roet in het eten voor de klassieke sprinter. “Jammer,” zegt hij. “Het had iets heroïsch: de sprinters die alles overleefden, kregen nog één keer hun moment. Nu wordt dat een stuk lastiger.”
Toch heeft hij nog hoop. Etappe 17 staat met stip op zijn lijst. “Op papier is dat dé sprintkans. Als het peloton tenminste niet uit elkaar klapt…”
Muziek, rituelen en rock
Dylan is niet alleen sprinter, maar ook… bus-dj. “Tenminste, na de koers. Voor de koers laat ik het aan Luke Durbridge en ploegleider Mathew Hayman. Die houden van een beetje rock.” Zijn eigen voorkeur? “Relaxte muziek. Al vinden ze Hazes hier niks, dus die skip ik maar.”
Zijn ochtendritueel is simpel: vroeg de bus in, schoenen poetsen, bril schoonmaken, koffietje drinken. “Even m’n momentje, voordat de chaos begint.”
Elke overwinning is anders
Dylan won al meerdere Touretappes, maar ze voelen nooit hetzelfde. “De eerste, op de Champs-Élysées… dat was een jongensdroom. Maar ook Denemarken, toen ik terugkwam na mijn schorsing, was speciaal. En vorig jaar in de rood-wit-blauwe trui? Die foto hangt thuis.” Hij kijkt zijn sprints vaak terug. Ook de verloren. “Daar leer je van. Soms heb je net de verkeerde keuze gemaakt. Soms zat alles juist precies goed. Dat blijft fascinerend.”
Kracht uit thuis
Elke dag heeft hij contact met zijn vrouw en zoontje. “Soms wil hij even niet bellen omdat hij me mist, maar meestal wil hij juist laten zien wat hij allemaal aan het doen is. Dat helpt. Zeker als een etappe is tegengevallen. Dan zet zo’n moment alles weer in perspectief.”
Nog één kans?
De sfeer in de ploeg is goed, vertelt hij. Moe, maar gefocust. De motivatie is er. En die ene sprintkans komt eraan. “Je weet het nooit. Eén dag, één kans, en alles moet kloppen. Maar als het lukt… dan kunnen we juichen.”




