Review: De Tacx Neo Smart brengt de echte fietsbeleving bijna naar binnen

Indoortraining is iets waarvan velen zeggen dat ze het nog geen half uur volhouden. Maar de Tacx Neo komt qua realisme enorm in de buurt van een echte rit.

woensdag, 7 maart 2018, 11:37
Review: De Tacx Neo Smart brengt de echte fietsbeleving bijna naar binnen

Voor veel wielrenners is de periode tussen pakweg november en maart het ik-zet-mijn-fiets-tot-de-lente-in-de-schuur-seizoen. Tuurlijk, de echte fanatiekelingen gaan ook met vrieskou en in het donker de weg op, of ze gaan als alternatief met de mountainbike op stap, maar voor de meeste fietsers is het niet eenvoudig om een basis op te bouwen in de winter. Om toch enigszins getraind aan de start van het voorjaar te staan, is er nóg een optie: binnen fietsen.

Als je de meeste van onze redacteuren gaat vragen naar hun mening over indoortrainen, krijg je meestal een licht afkeurende en norse blik toegeworpen. ‘Gewoon lekker buiten fietsen met de juiste kleding en verlichting’, of ‘Langer dan een half uur houd ik dat écht niet vol’ zijn zinnen die met enige regelmaat voorbij komen. Of eigenlijk voorbij kwámen. Want met de sterke ontwikkeling van trainersoftware in de laatste 5 jaar, is dat binnen fietsen opeens een stuk leuker geworden. Apps als Zwift, TrainerRoad, The Sufferfest of BKool Simulator zijn stuk voor stuk briljante programma’s, die het virtuele fietsen naar een heel hoog niveau hebben getild.

Direct drive trainer

Om deze apps ten volle te kunnen gebruiken, is het wel van belang dat je een smart trainer tot je beschikking hebt. Het neusje van de zalm op dit gebied is de Tacx Neo Smart T2800, zoals hij voluit heet. De Neo is een direct drive trainer – je haalt je achterwiel uit je fiets en zet deze vervolgens vast op de trainer, waar je van te voren wel een (extra) cassette op hebt gemonteerd. De afgelopen maanden hebben we de Neo uitvoerig kunnen testen en na letterlijk duizenden kilometers is het tijd om de balans op te maken.

Eerst maar eens de basics, te beginnen met tevens het grootste nadeel: de prijs. Want met een adviesverkoopprijs van € 1.399,- moet je serieus in de buidel tasten. Sterker nog, voor dit geld koop je een hele fatsoenlijke mountainbike. Maar je moet de Tacx Neo dan ook vooral als een investering voor jaren beschouwen – veel onderhoud zal je er niet aan hebben en als je hem gewoon normaal behandelt moet hij echt jaren mee kunnen gaan. Bij de meeste webshops zal de prijs daarnaast ook iets lager liggen en de verwachting is ook wel dat de prijs van smart trainers door de toenemende concurrentie in de komende jaren verder zal dalen.

Review: De Tacx Neo Smart brengt de echte fietsbeleving bijna naar binnen

Het apparaat zelf is robuust te noemen. Met een gewicht van maar liefst 21,5 kg is het verplaatsen van de Neo op zichzelf al een goede warming-up. Het is dan ook zeker een pré als je hem bijvoorbeeld op zolder kunt laten staan. In de schuur is ook een optie, mits deze niet te vochtig is – het blijft tenslotte een elektronisch apparaat. Opgeklapt heeft de Neo een afmeting van 62 x 26 x 44 centimeter (l x b x h) en daarmee past hij prima in een gangkast. Met de poten uitgeklapt wordt het geheel met 75 centimeter wat breder, maar dit zorgt tevens voor een goede stabiliteit. Voor een indoortrainer is dit van groot belang.

Installatie

Voor je kunt gaan fietsen, zal je eerst een cassette op de body moeten plaatsen. Deze standaard body is compatibel met Shimano en SRAM, voor Campagnolo dien je een andere body aan te schaffen (check voor meer info de Tacx website). Je kunt er natuurlijk voor kiezen om je normale cassette over te plaatsen van je achterwiel, maar dit betekent wel dat je niet zo makkelijk meer even buiten kunt gaan fietsen. Het overzetten van een cassette kost nu eenmaal een kwartiertje (als je het juiste gereedschap hebt). Overigens, als je in het bezit bent van een fiets met steekas, zul je ook nog een adapter moeten aanschaffen.

Review: De Tacx Neo Smart brengt de echte fietsbeleving bijna naar binnenJe kunt de Neo gebruiken zonder hem op het elektriciteitsnet aan te sluiten. Dat is bijvoorbeeld handig als je hem als warming-uptrainer bij een wedstrijd wilt gebruiken. Voor de meest optimale beleving is het wel aan te raden om hem aan te sluiten, zodat de trainer een realistischer gevoel biedt. Zo draait het achterwiel door als je in een afdaling zit en blijf het wiel doordraaien als je even je benen stil houdt. Net echt.

Tot slot moet je voor je echt kunt gaan fietsen nog even de Tacx Training app op je smartphone of tablet of de Tacx Desktop app op je computer installeren. De connectie verloopt via Bluetooth of ANT+. Ook kan je via het open ANT+ FE C protocol andere eerder genoemde software gebruiken, zoals in ons geval Zwift. De Tacx software laten we in dit geval verder even buiten beschouwing.

En dan nu: fietsen!

Eenmaal opgebouwd en fietsend, merk je dat de Neo écht stabiel is. Staan op de pedalen is geen enkel probleem en zelfs een forse sprint inzetten doet geen centje pijn. Althans, niet voor de Neo. Hij beweegt overigens wel – bewust – iets mee met de trapbeweging, je staat niet volledig gefixeerd. Het voorwiel plaats je in de meegeleverde voorwielsteun, zodat je fiets goed horizontaal staat. Mocht je deze vergeten mee te nemen als je onderweg bent, dan zal je dus iets voorover zitten. Of je legt een dik boek onder je voorwiel.

Het maximale remvermogen van de Neo is met 2200 Watt echt gigantisch. Dat is zelfs voor kanonskogel Dylan Groenewegen een uitdaging. Geen zorgen dus dat je in een sprint tegen een beperking aan loopt, je kan echt volle bak sprinten tot het gaatje. Ook tijdens een (virtuele) beklimming is het realisme troef. Hellingen tot een stijgingspercentage van 25% worden zonder pardon gesimuleerd – confronterend is het wel. Ben je van plan om komende zomer Alpencols te gaan beklimmen, dan kan je met de Neo alvast ervaren hoeveel pijn dat ook alweer doet. Het realisme van deze beklimmingen is fantastisch, je waant je echt op een steile helling en voelt perfect dat je tijdens het klimmen toch echt iets andere spieren gebruikt dan bij een ritje in het vlakke Nederland.

Review: De Tacx Neo Smart brengt de echte fietsbeleving bijna naar binnen

Dankzij de geleverde netstroom, kan je ook afdalingen tot 5% simuleren. De machine zorgt voor een versnelling van je achterwiel en je kan heerlijk relaxed naar beneden rijden of zelfs je benen stil houden, al is dat natuurlijk niet helemaal de bedoeling. Meetrappen kan dankzij de max van 5% overigens ook prima.

Dan nog even iets over het geluidsniveau, een onderwerp wat vaak ter sprake komt als het gaat om indoortrainers. Simpel gezegd: van de Tacx Neo zelf hoef je niet zoveel te vrezen. Het meeste geluid komt van je ketting en tandwielen – en van je eigen gehijg. Fietsen in de woonkamer – overigens niet ideaal door de temperatuur – betekent dat het volume van de TV een paar standjes hoger gaat, maar dat is het dan ook. Ook fietsen op zolder is geen probleem, zeker als je een matje onder de trainer legt om wat trillingen op te vangen. Het is daarom niet voor niks dat Tacx dit apparaat als de stilste op de markt verkoopt.

Conclusie

Na enkele maanden trainen is het duidelijk dat de Tacx Neo qua realisme echt enorm in de buurt van een echte fietsrit komt. De overgangen van percentages lopen soepel. Zodra je met snelheid een klim op gaat, zal je deze snelheid nog even vasthouden, terwijl de weerstand al toeneemt. Daarnaast biedt de Neo ook een zogenaamde road feel – als je over virtuele kasseien of grindwegen rijdt, voel je trillingen op je fiets en een verhoogde weerstand. Of dat echt toegevoegde waarde heeft is de vraag, maar geinig is het wel. En dankzij het ‘meebewegen’ tijdens de fietsbeweging voelt het fietsen minder statisch aan dan bij de wat oudere indoortrainers. Hierdoor hou je meer ontspanning in je lijf en hou je het dus langer vol.

Conclusie? Heb je het geld er voor over: koop de Neo. Je zult er zeker geen spijt van krijgen, want hij valt op geen gebied tegen. Houd de prijs je toch tegen? Dan zijn er voldoende alternatieven op de markt voor een stuk minder geld. Maar ook met minder realisme.

Tekst: Sander Jansen
Foto’s: Sander Jansen, Tacx

Tags: