Hoe hard moet je klimmen om de Tour de France te kunnen winnen?

We weten allemaal dat ze hard gaan, maar hieronder lees je of je een kans maakt om met de profs te kunnen strijden als het klimmen aankomt.

vrijdag, 9 februari 2018, 15:49
Hoe hard moet je klimmen om de Tour de France te kunnen winnen?

Er zijn twee waardes die fanatieke wedstrijdvolgers goed in de gaten houden: VAM en watt per kilogram.

Watt’s per kilogram lichaamsgewicht is ook wel bekend als de verhouding tussen het geproduceerde vermogen (in watt dus) afgezet tegen het gewicht van een renner. VAM is een afkorting van het Italiaanse Velocità Ascensionale Media, wat gemiddelde klimsnelheid betekent. Het is een manier om de behaalde hoogtewinst te meten, uitgedrukt in verticale meters per uur. VAM hangt af van factoren zoals de steilheid van een klim; het is daarom moeilijk om de inspanningen van twee verschillende beklimmingen met elkaar te vergelijken.

De andere methodiek – watt per kilogram lichaamsgewicht – wordt met meer interesse gevolgd, omdat omgevingsfactoren een kleinere rol spelen. In beide gevallen zijn de metingen het meest zinvol bij bergop finishes, waar toprenners 30 minuten of meer voor nodig hebben (wat betekent dat je het piekvermogen van een renner op het omslagpunt kan meten). Goed, wat is er dan voor nodig om te winnen? Veel.

Op belangrijke beklimmingen tijdens de Tour van 2016 produceerden de topklimmers een VAM variërend van 1.500 tot 1.650 meter per uur – dat is bijna een halve verticale meter per seconde (een goed getrainde amateurrenner zal ergens rond de 1000 meter per uur kunnen bereiken). Het wattage per kilogram lichaamsgewicht schommelde nogal in de loop der jaren. Lance Armstrong zou op het hoogtepunt van het dopingtijdperk, op lange hellingen wel 7 watt per kilo hebben geproduceerd. Tegenwoordig persen de renners er een stuk minder uit.

Een analyse door Mike Puchowicz, een arts en coach in Arizona die prestatieanalyse verricht, stelt dat de langdurige vermogenswaardes van toprenners voor lange beklimmingen in de Tour in de afgelopen acht jaar uiteenliepen van 5,5 tot 6,3 w/kg. Een goed getrainde amateurrenner zou daarentegen 4 w/kg kunnen halen, terwijl een recreatieve fietser naar adem snakkend 2,5 w/kg haalt.

Tekst: Redactie Bicycling
Foto: Getty